4 oktober 2017

Fysieke leefomgeving /

Tastbare Omgevingsvisie inspireert heel Weststellingwerf tot participatie

In de Zuid-Friese gemeente Weststellingwerf is men best eigenwijs: ze gaan voor een eigen Omgevingsvisie en niet voor de Friese aanpak. En dat brengt ze verder, vertellen wethouder Cor Trompetter en Sietze van Hemmen, projectleider Omgevingswet. In de voorbereiding op de nieuwe Omgevingswet weten zij de burger nu al mee te nemen in de ruimtelijke toekomst. Hoe willen WIJ dat de gemeente eruit komt te zien?

Foto: Lenus van der Broek

 

De gemeente Weststellingwerf beslaat een gebied met zo’n 26 dorpen in zuidelijk Friesland, dichtbij de grens met Drenthe en Overijssel. Zo’n anderhalf jaar geleden begon het proces met de structuurvisie van de gemeente waarin stond hoe er omgegaan werd met nieuwe bebouwing, agrarische schaalvergroting, en hoe ruimtelijke voorzieningen zoals scholen en kleinschalige zorg vorm krijgen in de verschillende dorpen. Deze thema’s krijgen ook een plek in de Omgevingsvisie, waarvan het ontwerpproces in 2016 is gestart en dat nu vorm begint te krijgen. Daar helpen inwoners aan mee.

Het eigenwijze zit ‘m in het feit dat Weststellingwerf niet meedoet aan de Friese aanpak voor de omgevingsvisies, stelt Trompetter: “We hebben onze eigen verantwoordelijkheden als gemeente, en die moet je volgens ons ten volle nemen. Daarnaast moet je in gesprek gaan met inwoners om te zien hoe je op de beste manier vorm kunt geven aan die Omgevingsvisie. Wij vinden dat het niet alleen gaat om de ruimtelijke kwaliteit, maar ook om de leefomgeving en leefkwaliteit, bijvoorbeeld door te kijken naar de spreiding van voorzieningen in onze gemeente. De Omgevingsvisie die daaruit voortkomt, vormt het kader voor gemeentelijk beleid van de komende tien tot vijftien jaar.”

Inspiratie opdoen samen met de burger

Om een Omgevingsvisie te maken die aansluit bij de behoeften van al die dorpen en inwoners, organiseerde de gemeente een serie inspiratieavonden en themabijeenkomsten. Van Hemmen: “Tijdens deze bijeenkomsten namen we inwoners mee in de onderwerpen, konden zij hun mening geven en haalden we belangrijke thema’s en nieuwe ideeën op. We begonnen de avonden met twee cadeautjes: lekker eten en leuke sprekers die hun visie op het onderwerp gaven. De sessies werden begeleid door bureau Roeg & Roem, om het los te trekken van de gemeente. De opkomst was goed: zo’n 80 tot 100 mensen per bijeenkomst, van ondernemers, scholen en leden van verenigingen voor plaatselijkbelang tot bewoners die we normaal gesproken niet zien. Het is altijd moeilijk om mensen te trekken die niet vaak langskomen, maar wel een nuchtere en inspirerende kijk hebben op de zaak. Dat lukte verrassend goed.”

Tijdens een van de inspiratiesessies hield planoloog José van Campen de aanwezigen een spiegel voor. Van Hemmen: “Haar boodschap: kijk eens hoe mooi jullie gemeente is. Zij wist de aanwezigen weer met trots naar hun omgeving te laten kijken.” Trompetter: “Dat heeft doorgewerkt in de rest van het proces en is een belangrijk punt voor de Omgevingsvisie geworden: zorg dat je de kwaliteiten in het ruimtelijk gebied behoudt.”

De diepte in met themabijeenkomsten

Na de inspiratieavonden volgde een aantal themabijeenkomsten, die nu net zijn afgerond. Trompetter: “Bij deze bijeenkomsten was de opkomst wederom hoog en ontstonden er heel leuke gesprekken. Bijvoorbeeld tussen landbouw en Staatsbosbeheer: zij hadden het over de mogelijkheden per gebied. Niet in elk deel van de gemeente kun je natuur behouden of versterken, maar je zou zones kunnen instellen waarin één element de karakteristieke waarde vormt en daar dan op inzetten. In zo’n gespreksgroep weten deze partijen elkaar ineens veel beter te vinden. Zo ontstaan nieuwe ideeën om een probleem op te lossen, in plaats van vast te houden aan wat er al is.”

Wat bracht het op?

Naast een beter idee van wat er leeft in de gemeenschap en welke thema’s er in de visie moeten  komen, boden de sessies de mogelijkheid écht de dialoog met de burger aan te gaan. Trompetter: “Bij elke bijeenkomst waren leden van het college van B&W aanwezig om te laten zien dat de omgeving écht een gedeelde verantwoordelijkheid is. Die dialoog werkte goed, omdat de omgeving een tastbaar onderwerp is. Dat is anders dan bij het sociaal domein.”

Van Hemmen vertelt dat de bijeenkomsten bijdragen aan een persoonlijk en transparant beeld van de gemeente. “De betrokkenheid van zowel het college, de raad als de ambtenaren is heel hoog. Op deze aanpak werd door aanwezigen heel positief gereageerd. De bijeenkomsten hadden zelfs invloed op de aanpak: een paar bezoekers van de inspiratieavonden gaven ons de tip om ook kinderen te vragen naar hun kijk op de toekomst. We vonden dit een heel goed idee en dit resulteerde in een speciaal programma voor een aantal basisschoolleerlingen. Dit wordt begeleid door een leerkracht en een kunstenaar uit Weststellingwerf.”

Omarm diversiteit

Deze manier van werken bleek nuttig om de diversiteit onder al die verschillende dorpen te waarborgen. “We kunnen de inwoners beter betrekken door op deze manier te luisteren naar wat er speelt, maar dat kan per dorp of cluster dorpen verschillen. Een idee dat ontstond is om naast de contouren van de Omgevingsvisie, een soort maatschappelijk contract tussen gemeente en (cluster)dorp te ontwikkelen. Hierin spreek je af hoe dat (cluster)dorp iets in de toekomst aanpakt. Zo wil het ene dorp het groenbeheer zelf doen, maar een ander dorp juist weer niet. Zo kun je dorpen zelf verantwoordelijkheid laten nemen, waarbij de gemeente een vangnet vormt als dat nodig is.”

Nog eigentijdser is de verwerking van de bijeenkomsten. Van Hemmen: “We maken een video van elke bijeenkomst, in plaats van een doorsnee verslag. De Omgevingsvisie wordt uiteindelijk een mediamix: naast een boekje, een PDF en een website bestaat de visie ook uit een video. Ook deze video-visie wordt wat ons betreft vastgesteld door de gemeenteraad.”

Draagvlak vanuit de raad

Ook de gemeenteraad doet het in Weststellingwerf anders: hij zet behoorlijk druk op het project om nog voor de verkiezingen een concept van de nieuwe Omgevingsvisie af te ronden. In oktober 2017 behandelt de raad de ambities rondom de Omgevingswet. Belangrijk zijn daarbij vooral integraal werken, optimaliseren van de dienstverlening en een verbeterslag op digitaal werken zodat deze de initiatieven en besluitvorming optimale ondersteuning biedt. Omgevingsvisie (ambities) en Omgevingswet (ambtelijk apparaat) zijn hierbij expliciet van elkaar gescheiden.

Hoewel soms kritisch, is de gemeenteraad van grote steun in dit proces volgens Trompetter: “Het advies van de raad om ook externe ondersteuning in te schakelen bij de verkenningen voor de Omgevingsvisie heeft heel goed uitgepakt. Ook heeft de raad gestimuleerd om het proces van de Omgevingsvisie zo transparant mogelijk uit te voeren. Dit geeft ontzettend veel vertrouwen.”

Succesfactoren voor een sterke gezamenlijke Omgevingsvisie

Hoe pak je die Omgevingsvisie nu samen met de burger op? En wat kan het proces helpen? Een paar succesfactoren willen Trompetter en Van Hemmen wel delen:

  • Sluit aan bij waar de burger zich beweegt, bij wat er al is in de leefomgeving in plaats van op het gemeentehuis. Bied een sfeervolle locatie, laat mensen zich thuis voelen, wees open en transparant en manage de verwachtingen;
  • Beschouw de Omgevingswet als de kans om een andere werkwijze in het ambtelijk apparaat te krijgen;
  • Krijg de raad mee! De open houding en sturing op het proces en minder op inhoud werkt erg goed. Wees niet bang voor confrontaties, maar kom wel tot een beslissing;
  • Het vertrouwen van de raad in de ambtelijke organisatie is een voorwaarde. Ook korte lijnen en transparantie daarover komen het proces ten goede;
  • Leg niet alles vanaf het begin vast, houd ruimte, zorg voor kwalitatief goede mensen die het proces begeleiden. Externe betrokkenen kunnen een verfrissende blik bieden;
  • Zet het besef dat we voor de volgende generatie bezig zijn voorop.

Meer weten?