Linde Nieman 9 mei 2018

Een andere stem aan tafel

Mijn vader is verliefd op de nieuwe Jaguar I-PACE. Behalve dat hij het een mooie auto vindt, wil hij ons vooral overtuigen dat deze goed is voor het milieu: de eerste volledig elektrische Jaguar. Ook de overheid zet in op elektrisch rijden. In het Regeerakkoord staat dat er in Nederland vanaf 2030 alleen nog maar nieuwe elektrische auto’s verkocht mogen worden. Ik vind dat een fantastisch streven. Over elektrisch rijden had ik onlangs nog een gesprek met iemand die werkzaam is bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Hij vertelde me over de ambitie omtrent elektrisch rijden en welke stappen er nu al gezet worden. Toen hij mij vroeg wat mijn ervaringen op dit gebied waren, antwoordde ik dat ik dat ik een dubbel gevoel had bij deze ambitie.

Een jaar geleden lanceerde de Jonge Klimaatbeweging de Jonge Klimaatagenda. Als we de Parijs-doelen willen halen en de energietransitie maken, zal ons leven ingrijpend veranderen. We gaan anders wonen, werken, eten en ons anders verplaatsen. En daar hoort óók ander onderwijs bij. Samen met meer dan 50 organisaties hebben we hier een toekomstschets voor 2050 van gemaakt. Die schets beschrijft niet hoe we verwachten dat 2050 eruit gaat zien, maar hoe we hopen dat 2050 eruit gaat zien. Schrijven en denken vanuit hoop in plaats van verwachting, vraagt om een compleet andere aanpak. Deze andere invalshoek is van groot belang.

Jongeren hebben een ander perspectief op de duurzaamheidsproblematiek van vandaag. Ik vertelde mijn gesprekspartner dat we bij het schrijven van de Klimaatagenda niet hebben nagedacht over hóe we auto’s in 2050 elektrisch kunnen laten rijden. Sterker nog: we vragen ons af óf we ons in 2050 eigenlijk nog wel van de auto gebruik willen maken. Wat uit de gesprekken met jongeren bleek, is dat zij liever gebruik willen maken van hoogfrequent, klimaatneutraal openbaar vervoer. In plaats van een eigen auto bezitten, wil mijn generatie de auto juist zoveel mogelijk delen. Wanneer dit besef doordringt, wordt duidelijk dat zo’n toekomstbeeld ook om andere investeringen vraagt.

Dat is de unieke bijdrage van deze generatie; de vernieuwing en het lef. Het gaat tenslotte om onze toekomst, dus het is logisch dat de stem en mening van onze generatie daar ook in wordt meegenomen. Daarom heeft de Jonge Klimaatbeweging op dit moment twee stoelen aan het Klimaatberaad, om het perspectief van jongeren mee te nemen in het nieuwe Klimaatakkoord. Met deze stem willen we gehoor geven aan een andere manier van denken. Niet alleen oplossingen die voortbouwen of verbeteringen zijn van de huidige situatie, maar ook oplossingen die een nieuwe horizon geven. Een nieuwe manier van denken over klimaat en maatschappij.

Mijn vader gun ik zijn Jaguar, en de overheid moet zeker doorgaan met het ondersteunen van de elektrische infrastructuur, maar in 2050 reikt het openbaar vervoer hopelijk tot bij mij thuis, ook in de polder. Dat is de jongerenstem die wij willen laten horen.

Linde Nieman is voorzitter van de Jonge Klimaatbeweging