Eric Frijters 25 april 2018

Ruimtelijk ontwerp: de volgende stap in de energietransitie

De energietransitie is overal: in de media, in de bestuurskamers en de raadsvergaderingen. Maar er schuilt nog een groot gat tussen ambities en realiteit. Eric Frijters beredeneert de volgende stap naar een succesvolle Nederlandse energietransitie.

Welke politicus heeft het niet geroepen in de aanloop naar de gemeentelijke verkiezingen: ‘deze gemeente moet energie neutraal zijn in 2020/30/40/50’. Over de volledige breedte van het politieke spectrum gaan stemmen op die de transitie naar duurzamere energiebronnen aanmoedigen. We beschikken over de kennis die nodig is om ons op fossiel gebaseerde energiesysteem om te bouwen naar een duurzaam systeem – gebaseerd op hernieuwbare energie. Zo toont het meest recente klimaatscenario ‘Sky’ van Shell bijvoorbeeld. En dan is er ook nog eens het ruimtebeslag. Er is een forse hoeveelheid ruimte nodig om die energietransitie een plek te geven. Maar ook die blijkt beschikbaar, lezen we in ‘Energie en Ruimte; een nationaal perspectief’ bijvoorbeeld, dat onlangs werd uitgegeven door Vereniging Deltametropool.

Kortgezegd, de energietransitie is dus politiek gedragen, technisch haalbaar en ruimtelijk inpasbaar. Waar wachten we nog op? Veelzeggend is de kop waarmee de Telegraaf onlangs opende: ‘Dichtdraaien gaskraan ruïneert ons landschap’! De strekking is helder: ons landschap wordt verpest door windmolens en zonnepanelen. De vraag is natuurlijk: is dat ook zo? Kunnen we met voldoende stelligheid spreken van het verruïneren van het Nederlandse landschap? Deze vraag kunnen we beantwoorden door nu te investeren in ruimtelijk ontwerp.

Daarbij schuilen enkele valkuilen. De eerste is het isoleren van energietransitie als een eendimensionale opgave, die los kan worden beschouwd van mobiliteit, leefbaarheid, of bijvoorbeeld natuurvoorzieningen. Een andere is het demoniseren van de visuele impact van energietransitie, door overdrijving van aantallen en schaalgrootte. Verder zijn bekende obstakels het uitstellen van maatregelen in afwachting van toekomstige verbeterde technologie, of een te optimistische inschatting van technologische mogelijkheden die de verkeerde verwachtingen scheppen. Hardnekkig is bovendien het niet kunnen loslaten van de prioritering van landschappen zoals veenweide- en bosgebieden en elementen daarvan op basis van historische erfrecht. In die redenering zijn oudere elementen in het landschap waardevoller dan nieuwe. En ten slotte het uitsluiten van de economische factor: lelijke elementen in het landschap blijken soms bijzonder snel populair te worden als deze direct geld opleveren voor de rechtstreeks betrokkenen.

Maar deze valkuilen kunnen eenvoudig worden omzeild. De ruimte om ons heen verandert voortdurend. En het lijkt voordelig om ruimtelijke interventies voor bijvoorbeeld mobiliteit, leefbaarheid, natuur te bundelen met opgaven voor de aanleg van nieuwe energie infrastructuur. Juist het zorgvuldig en precies plaatsen van energie infrastructuur in de ruimte, en deze vervolgens realistisch te testen en toetsen aan de vooraf opgegeven uitgangspunten biedt een goed alternatief op bangmakerij door populistisch fotoshoppen en gegoochel met overdrijvingsgetallen. Daarbij komt dat we het ons niet kunnen permitteren om te wachten. We zullen het moeten doen met de kennis van vandaag. Dat betekent echter niet dat we voor eeuwig vast zitten aan windturbines en eindeloze velden vol zonnepanelen. Zoals de stoomtrein een korte inleiding was op de reeds lange geschiedenis van het treinreizen, is het zonnepaneel van vandaag nog lang niet in zijn uiteindelijke gedaante toegepast. Er zal nog een uitgebreide reeks aan visuele verbeteringen worden ontwikkeld. De ruimtelijke impact van energietransitie is geen ongewenste intimiteit in het aantasten van het landschap. Eerder vormt het de nieuwe normaal, die een vanzelfsprekende nieuwe cultuurhistorische laag in het Nederlandse landschap aanbrengt, zoals de eerste grootschalige inpolderingen en ruilverkavelingen ook een onuitwisbare impact hebben gehad op de wijze waarop het Nederlandse landschap gestalte heeft gekregen.

En dan de economische factor. Nergens in de wereld is het feest van de energietransitie groter dan in Denemarken, waar bewoners direct profiteren van de economische voordelen van energietransitie. Maandelijks maakt Nederland zo’n miljard euro over naar het Midden-Oosten om haar energievoorziening op peil te houden. Stel je voor dat we een proportioneel deel daarvan in de eigen regio zouden uitgeven aan duurzame energie? De regio Hart van Holland heeft deze exercitie uitgevoerd. Door middel van ontwerp hebben tien gemeenten rondom Leiden onderzocht wat de ruimtelijke impact is van hun doelstelling om energieneutraal te zijn in 2040. Dat leidde niet alleen tot visuele projecties en concretisering van een ruimtelijke toekomst op ooghoogte, maar gaf tegelijk een beeld van de economische voordelen die daaraan kleven. Berekend werd dat het installeren van het voorstel een eenmalige investering van 140 miljoen zou kosten. Vervolgens levert energietransitie de gezamenlijke lokale economieën jaarlijks zo’n 120 miljoen euro en 1200 banen op voor het onderhoud van die energie infrastructuur. Kortom, ontwerp is een doeltreffend en goedkoop middel om een zorgvuldige afweging te maken, die de energietransitie – die vrijwel alle politici in regio’s en gemeenten aan hun kiezers hebben beloofd – op een slimme en duurzame manier onderdeel maakt van de gezonde stad van morgen.

Eric Frijters is partner/directeur van ontwerpbureau FABRICations en leidt het ontwerpend onderzoek naar Gezonde stedelijke (eco)systemen voor de zes Nederlandse Academies van Bouwkunst als lector Future Urban Regions.