Marianne Betten 18 oktober 2017

We zijn er klaar voor

Er is een regeerakkoord en het belang van een goede samenwerking van het Rijk met provincies, gemeenten en waterschappen staat er duidelijk in. De tijd van ‘je gaat erover of niet’ ligt definitief achter ons. We krijgen bij de grote maatschappelijke opgaven alleen iets voor elkaar als we het samen doen. Als gelijkwaardige partners in beleid én uitvoering. Dat besef spreekt helder uit de tekst van de vier akkoordpartijen.

In het regeerakkoord staat ook hoe we de energietransitie als één overheid gezamenlijk gaan aanpakken. Als clusterhoofd van de directie Bestuur en Financiën zat ik de afgelopen tijd midden in de voorbereiding, de uitwerking van de decentrale energiestrategieën. Niet zozeer inhoudelijk, maar vooral bestuurlijk en financieel. We hebben als samenwerkende departementen en decentrale overheden alle mogelijke scenario’s door geëxerceerd. Welke route het kabinet ook zou kiezen: we waren er klaar voor!

We moesten er ook klaar voor zijn, want er is haast. Het is zaak dat we de keuzes van het kabinet nog in januari volgend jaar omzetten in concrete bestuurlijke en financiële afspraken met de decentrale overheden. Daarna ligt de focus van de gemeenten bij de gemeenteraadsverkiezingen. Vervolgens moeten er colleges gevormd worden en willen gemeenten weten waar ze met het Rijk aan toe zijn.

De lange formatie is goed benut. De aanpak van de energietransitie moest al in de voorbereiding een voorbeeld worden van het werken in nieuwe bestuurlijke verhoudingen. Partnerschap door de bestuurlijke niveaus heen, de opgave centraal. Ook anderen hebben het er in hun columns op deze plek over gehad.

Wij hebben heel concreet geoefend. Door letterlijk met elkaar in één hok te gaan zitten. Elkaars posities leren begrijpen. Snappen dat iedereen weer terug moet naar zijn achterban. Merken waar de ander ‘jeuk’ van krijgt. Een vertrouwensband opbouwen waarin het vervelend wordt om de ander teleur te stellen. Ik ben blij te zien hoe ver we daarin gekomen zijn en hoop dat we in het vervolg nog meer winst zullen halen.

Het betekent niet dat het altijd makkelijk gaat. Ik merk hoeveel capaciteit dit vraagt. Dat we dingen samen doen die je in je eentje soms twee keer zo snel doet. Het is een investering in elkaar die zich later moet uitbetalen. Je moet en kunt ook niet alles samen doen. Titus Livius heeft daar in zijn column het nodige over gezegd. We zullen op andere momenten hard met elkaar onderhandelen en er is altijd nog de politiek die kan ingrijpen.

We betrekken de anderen er natuurlijk bij, maar uiteindelijk kan alleen het Rijk wetgeving maken. Als één Rijk opereren legt ook cultuurverschillen tussen departementen bloot. Dat geeft soms spanning. Waar decentrale overheden samenwerken, wringt het nog weleens tussen gemeenten en provincies. De gemeenten hebben een helder bod gedaan over de voorwaarden waaronder zij tekenen voor de decentrale energietransitie. Daarin is samenwerking op een hoger decentraal schaalniveau voor de aanpak van de gebouwde omgeving eigenlijk onomstreden. Op andere punten vinden gemeenten en provincies elkaar soms minder makkelijk.

Dat alles maakt mij des te meer trots dat we zo ver gekomen zijn. Dat we alle scenario’s die we konden bedenken met elkaar hebben uitgewerkt. Tot we konden zeggen: ons verras je niet meer! Voor de decentrale energietransitie ligt nu alles klaar om snel heldere bestuurlijke en financiële afspraken te maken. Als die er zijn geeft dat een mooi startpunt voor de nieuwe colleges van B&W. Want uiteindelijk moet daar het echte werk gebeuren.

Marianne Betten is clusterhoofd beleid bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.