6 december 2018

Sociaal domein / artikel

‘Common Ground’ moet ICT gemeenten nieuwe toekomst geven

Het is een belangrijke rode draad in ‘I, Daniel Blake’, de fel realistische filmische aanklacht van de sociaal bewogen Britse regisseur Ken Loach tegen het harde en onpersoonlijke sociale stelsel aan de andere kant van de Noordzee. Telkens weer loopt hoofdpersoon Daniel Blake aan tegen computersystemen die hij niet begrijpt, die niet werken of die niet onderling blijken te communiceren. Daniel, ziek en platzak, ziet mede daardoor zijn pogingen een letterlijk levensreddende uitkering te krijgen steeds stranden, met als gevolg dat het systeem hem uiteindelijk vermaalt.

Toekomstbestendige infrastructuur

De trailer van deze film werd op het Divosa Najaarscongres van 29 november niet voor niets vertoond bij een sessie over de toekomst van ICT-systemen bij de gemeentelijke overheid. Niet omdat het hier zo erg is als bij de Britten, maar wel omdat ook de systemen in Nederland vaak verouderd zijn en niet goed kunnen samenwerken. Daar heeft de burger, als klant van de gemeenten, steeds vaker last van. Onder de naam Common Ground wordt daarom gewerkt aan een universele, toekomstbestendige en goedkopere ICT-infrastructuur, die tussen 2020 en 2025 moet gaan werken. Het initiatief komt niet van bovenaf, maar van de gebruikers: de gemeenten en hun organisaties, zoals de VNG Realisatie en Divosa.

 

Daniel Blake (Dave Johns) krijgt bij de sociale dienst hulp van Ann (Kate Rutter) bij het invullen van zijn aanvraag. Foto: Wild Bunch Films

Elk huis een ander dakkapelletje

‘We willen allemaal graag een veel betere dienstverlening’, zegt René Sjouwerman, procesmanager informatiemanagement en ICT bij Divosa. ‘De gemeentelijke ICT-systemen dreigen namelijk vast te lopen door een teveel aan digitale gegevens. Ze zijn bovendien weinig flexibel, kwetsbaar en duur. We zitten met zogenoemde legacy-software, systemen die 15 tot 20 jaar geleden zijn ontstaan vanuit deeloplossingen. Die zijn langzamerhand op verschillende manieren gegroeid en uitgebouwd, maar waren nooit bedoeld om samen te werken of voor alle informatie van nu. Vergelijk het maar met een nieuwbouwwijk, waar na 20 jaar op elke woning een ander dakkapelletje staat: de huizen lijken niet meer op elkaar.’

“De gemeentelijke ICT-systemen zijn weinig flexibel, kwetsbaar en duur.”

Meest heftige beweging op ICT-gebied

Dat leidt tot grote compatibiliteits- en capaciteitsproblemen, die alleen met een radicale ingreep echt kunnen worden opgelost. Sjouwerman: ‘Het ene systeem werkt met brutobedragen, het andere weer met netto. Onder meer bij toeslagen leidt dat tot problemen. En omdat wetten de begrippen inkomen, vermogen en partner telkens anders definiëren, bevatten de systemen informatie die niet op elkaar aansluit. Daarnaast moet er steeds meer worden opgeslagen. Die verzameling van informatie moeten we dus gaan uitkammen en in een uniforme en efficiënte vorm gaan gieten. Dat is een hele klus. Ik loop nu al een jaar of vijftien rond in gemeenteland, maar dit is de meest heftige beweging op ICT-gebied die ik er heb meegemaakt.’

Organiseren en verbinden

Common Ground moet straks alle gegevens van burgers op één plek gaan onder brengen in een zogenoemde informatielaag. Daarnaast zijn er proceslagen. Die halen via een verbindingslaag de juiste persoonsinformatie uit de informatielaag. De verbindingslaag controleert daarbij wie de gegevens opvraagt en of dat strookt met privacyregels. ‘De dienstverlening van de gemeenten wordt zo op een veilige manier verbonden aan de basisadministratie persoonsgegevens. Als dat werkt, kunnen we een mooie stap voorwaarts maken’, zegt Sjouwerman. ‘In de toekomst kunnen we dan organiseren en verbinden. Als je bijvoorbeeld gaat trouwen, zie je ook meteen of dat ook iets betekent voor je toeslagen of voor de naam van je kinderen.

“In de toekomst kunnen we organiseren en verbinden.”

Einde aan ongezonde afhankelijkheid

Met Common Ground zijn meer voordelen te behalen.  Gemeenten worden hierdoor minder afhankelijk van één softwareleverancier. Ook kunnen gemeenten gemakkelijker nieuwe producten van andere leveranciers gebruiken. ‘Dat vraagt wel een andere benadering. Niet alleen van onszelf maar ook van leveranciers. We zien de leveranciers gelukkig wel meebewegen. Ze willen graag bij de ontwikkelingen betrokken zijn. Als ze straks niet meer hele systemen kunnen verkopen, willen ze wel graag de apps verkopen die op het nieuwe systeem kunnen draaien.’

Iedere burger zijn ‘digitale kluis’

Een ander voordeel is simpele en uniforme toegang tot zijn of haar gegevens voor de gemeentelijke klant: de burger. ‘We weten nog niet hoe en in welke mate we dat gaan doen, maar mogelijk kunnen we mensen een eigen ‘digitale kluis’ geven’, zegt Sjouwerman. ‘Daar is dan alle informatie met één handeling in te zien, zodat de burger meer inzicht krijgt in hoe we met de gegevens omgaan.’ Daarbij is het ook van belang of informatie uit de oude systemen in het nieuwe kan worden geïmporteerd. Een proef daarmee loopt. ‘We proberen ook partijen mee te krijgen die niet direct aan een basisregistratie zijn gekoppeld.  Hoe breder, hoe beter.’

“Mogelijk kunnen we mensen hun eigen ‘digitale kluis’ geven.”

Vijftien vragen voor 400 producten

Volgens Sjouwerman werken nu al 25 van de G40-gemeenten actief mee aan Common Ground. De belangstelling voor betere dienstverlening is dan ook groot, zegt hij. ‘We hielden een fieldlab van vijf dagen over dit onderwerp. Dat trok 200 deelnemers per dag. Er wordt bovendien al hard gewerkt aan vernieuwing. Eén van de gemeenten is al bezig met een module die inwoners in vijftien vragen naar 400 gemeentelijke producten leidt. Er is dus een lonkend toekomstperspectief. Maar om even terug te keren naar de vergelijking met die woonwijk: het duurt nog wel even voor alle huizen gasloos zijn en zonnepanelen hebben. De praktijk zal uitwijzen of het perspectief werkelijkheid wordt. Common Ground an sich is niet zaligmakend. Het is aan de deelnemende partijen om het straks samen in te vullen, bijvoorbeeld via Samen Organiseren.’