14 februari 2018

Sociaal domein / artikel

Samen meer bereiken als één overheid

Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen starten met een interbestuurlijk programma en een gezamenlijke agenda.

Samen bereik je meer

Voor de samenwerking tussen Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen geldt net zoals voor andere partnerschappen: alleen ga je sneller, maar samen bereik je meer. Dat is het uitgangspunt van het Interbestuurlijke Programma (IBP) dat deze kabinetsperiode start. Samen meer bereiken voor mensen in Nederland. Een gezamenlijke bestuurlijke aanpak die past bij de aanpak van maatschappelijke opgaven van deze tijd. Dit is wat burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven van hun contact met de overheid verwachten.

De maatschappelijke opgaven van nu manifesteren zich op lokaal, regionaal, nationaal, Europees en mondiaal niveau. Vaak spelen ze op meerdere schaalniveaus tegelijk en liggen oplossingen niet in het bereik van één overheidslaag. Een toenemend aantal maatschappelijke opgaven is alleen op te lossen wanneer gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk als één overheid samenwerken richting partners. Hier liggen drie zaken aan ten grondslag.

Vervlechting tussen maatschappelijke opgaven vraagt om samenwerking.

Klimaatverandering vraagt bijvoorbeeld om aanpassing van het vervoer, landgebruik, waterbeheer en energieconsumptie in de woon- en werkomgeving. Provincies, waterschappen, gemeenten, het Rijk, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties zijn op elkaar aangewezen en kunnen op dit terrein gezamenlijk meer bereiken dan individueel.

Ook voor groepen zoals eenzame ouderen, jongeren in onveilige omgevingen en kwetsbare kinderen is een integrale aanpak van belang. Samen optreden als overheden is hierbij cruciaal om knelpunten op te lossen en resultaten te boeken voor deze groepen.

Voor het vertrouwen van de burger is opereren als één overheid noodzakelijk.
De democratische legitimiteit van het openbaar bestuur vraagt om continue aandacht. Denk aan het tegengaan van ondermijning, aanpassen aan een informatiesamenleving en nadenken over nieuwe vormen van democratie.

De burger verwacht van overheden dat zij
a) concrete maatschappelijke resultaten boeken (samen met private partners)
b) burgers op alle niveaus betrekken bij besluitvorming
c) steun geven aan initiatieven vanuit de samenleving
d) transparant en begrijpelijk verantwoording afleggen over hun optreden.

Overheden kunnen die resultaten niet los van elkaar boeken. We hebben elkaar en andere partners dus nodig om aan de verwachtingen van burgers te voldoen. Dit wordt ook aangekaart in de vierde beschouwing op de Code Interbestuurlijke Verhoudingen. Daarin stelt de Raad van State dat “aard en intensiteit van de interbestuurlijke verhoudingen in hoge mate bepalend zijn geworden voor de doelmatigheid en kwaliteit van het overheidsbeleid zoals deze door de burger worden ervaren”.

Maatschappelijke opgaven worden meer op sub- en supranationaal niveau aangepakt.

In het sociaal domein zijn per 2015 verantwoordelijkheden van het Rijk naar gemeenten overgegaan. In 2021 wordt de Omgevingswet ingevoerd. Op basis van een bestuursakkoord (2015) wordt dit momenteel gezamenlijk voorbereid. Dit zijn voorbeelden van veranderingen die zorgen voor nieuwe verhoudingen tussen gemeenten, Rijk, provincies en waterschappen.

Voor steeds meer maatschappelijke opgaven wordt op regionaal niveau naar oplossingen gezocht.
Denk aan de grote hoeveelheid gemeenschappelijke regelingen (bijv. veiligheidsregio, arbeidsmarktregio en andere bovengemeentelijke samenwerkingsverbanden). We zullen in dit verband in goed overleg de Wet gemeenschappelijke regelingen herzien.

Ook zien we dat er regionaal en lokaal grote verschillen zijn in opgaven, problemen en kansen. De woningmarkt in Amsterdam is bijvoorbeeld echt wat anders dan die in de Achterhoek. Daarom zullen we in het IBP meer gebruik maken van kansen op regionale/gebiedsgerichte ontwikkeling en deals tussen bedrijfsleven en overheden.

Tot slot is samen optrekken van overheden in Europa steeds meer van belang om effectief op te treden en mogelijke implementatieproblemen van wet- en regelgeving te signaleren.

In het licht van deze ontwikkelingen maken we in de nieuwe kabinetsperiode als overheden een vliegende start met een interbestuurlijk programma en een gezamenlijk agenda.

Als overheden kiezen we de komende vier jaar in aansluiting op het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ (2017-2021) voor interbestuurlijke en interdepartementale samenwerking bij de aanpak van grote opgaven als één overheid. We zetten als overheden in op urgente maatschappelijke opgaven, die alleen gerealiseerd kunnen worden door een gezamenlijke inzet. Daarnaast houden we oog voor dwarsverbanden tussen deze opgaven, voor overkoepelende thema’s en voor andere initiatieven die raken aan onze gezamenlijke agenda.

We werken vanuit het besef dat we voortgang willen boeken op de opgaven en in de wetenschap dat we elkaar hiervoor nodig hebben. Ieder draagt daaraan bij vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid. Wij werken samen op basis van een gelijkwaardig partnerschap, waarin elke partner eventuele financiële of wettelijke belemmeringen en kansen bespreekbaar kan maken.

We nemen de tijd om op de diverse schaalniveaus met onze partners de opgaven nader te verkennen en het gesprek te voeren over hoe we deze afspraken gaan realiseren. Vanuit de urgente maatschappelijke opgaven en het belang van de burger formuleren we met elkaar wat er moet gebeuren en wie dat het beste kan doen. Zo starten we in partnerschap en in vertrouwen aan het interbestuurlijke programma.

Meer informatie: www.interbestuurlijkprogramma.nl
Lees hier het Interbestuurlijk Programma dat 14 februari is gepresenteerd door de Rijksoverheid, de VNG, Het IPO en de UvW.