28 september 2017

Sociaal domein / artikel

Schouder aan schouder: hoe enorme opgaven het hoofd werden geboden

Van oktober 2015 tot juli 2017 werkte BZK samen met de VNG en andere ministeries samen in het OndersteuningsTeam Asielzoekers en Vergunninghouders (OTAV).  Alleen het onderdeel  gezondheid  gaat nog door tot 1 mei 2018. Als afsluiting van hun werkzaamheden organiseerden OTAV en Platform Opnieuw Thuis de werkconferenties ‘Samen Doen – Van vluchteling tot inwoner’. In totaal kwamen zo’n 1000 medewerkers van gemeenten en ketenpartners naar deze regionale bijeenkomsten.

  • “Voor mij is nu veel duidelijker geworden hoe je de regie van de gemeente op dit vraagstuk kan invullen.”
  •  “Hier uitgedachte oplossingen zijn voor een bredere doelgroep in te zetten. Corporaties, gemeenten en rijksoverheid zijn hier samen aan zet.”

Zomaar een paar reacties van aanwezigen tijdens de regionale werkconferenties ‘Samen Doen – Van vluchteling tot inwoner’. Er blijkt nog steeds veel behoefte aan ondersteuning in de lokale aanpak rond migratie, integratie en asielvraagstukken. Aanleiding voor de start van het OTAV was de verhoogde instroom van asielzoekers, die hier en daar gepaard ging met bedreigingen van politieke ambtsdragers en grootschalig rumoer bij inspraakavonden. Vanuit BZK werd een ‘vliegend team’ opgezet om in deze stormachtige periode gemeenten te ondersteunen bij crisis- en veiligheidsvraagstukken rondom de verhoogde instroom van asielzoekers. Dit ‘vliegend team’ is opgegaan in het OTAV.

Van handreiking tot maatwerkadvies

Het OTAV ondersteunde gemeenten bij vraagstukken op het gebied van (crisis)opvang van asielzoekers en huisvesting, onderwijs, werk, gezondheid, integratie en participatie van statushouders. Die ondersteuning kreeg vele vormen: het geven van maatwerkadvies op specifieke onderwerpen, publiceren van handreikingen, organiseren van workshops en conferenties, bijeenbrengen van netwerkpartners, signaleren van knelpunten in samenwerking tussen Rijk en gemeenten en het oplossen daarvan. Bijvoorbeeld als het gaat om onhandigheden in de subsidieregeling of het kunnen maken van afspraken tussen gemeenten onderling over het uitwisselen van taken: de ene gemeente doet meer aan opvang van asielzoekers, en de andere neemt een extra aandeel in de taakstelling over de huisvesting van vergunninghouders.

Door de samenwerking tussen beleidsmakers bij de VNG en bij BZK konden de signalen uit de praktijk worden meegegeven in de voorbereiding van de landelijke regietafel over de verhoogde instroom en bij de uitwerking van de gesloten bestuursakkoorden op dit thema.  Ook met beleidsmedewerkers op andere ministeries (met name met SZW, VWS en OCW)  is samengewerkt om de vraagstukken van gemeenten, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, participatie en integratie en zorg, verder te helpen.

Proactieve voorlichting

De ondersteuningsstructuur van het OTAV bestond uit drie onderdelen: accountmanagers, een centraal punt voor vraagbeantwoording (mailadres, website en nieuwsbrief) en een expertpool. De accountmanagers gingen proactief naar de regio’s en gemeenten. Daar beantwoordden ze vragen, gaven informatie over bestuursakkoorden en subsidieregelingen van het rijk, informeerden gemeenten over voorbeelden uit andere gemeenten en legden verbindingen binnen en tussen gemeenten (bijv. tussen de afdelingen van huisvesting, werk, zorg, gezondheid).  Behalve via de accountmanagers konden gemeenten ook informatie krijgen via de website en de nieuwsbrief.

Expertadvies op maat

Ook konden gemeenten vragen stellen aan het centrale informatiepunt van het OTAV. Beleidsmedewerkers van de VNG en betrokken ministeries beantwoordden deze vragen. Tot slot konden gemeenten een expertverzoek indienen bij de expertpool. Binnen een paar dagen was een expert geregeld, bijvoorbeeld voor het beoordelen van de mogelijkheden voor de transformatie van een kantoorpand naar woningen. Een andere expert op het gebied van crisiscommunicatie hielp om een bijeenkomst met bewoners over de komst van een AZC voor te bereiden. Een derde voorbeeld van een expertverzoek ging over begeleiding van een met ketenpartnerbijeenkomst over onderwijs en participatie van alleenstaande minderjarige vergunninghouders (AMV’s) rondom hun 18e jaar.

Op veel onderdelen is een goed resultaat bereikt. Zo is de achterstand bij de huisvesting van statushouders ingelopen en is de aandacht voor vroegtijdige bevordering van integratie en participatie toegenomen. Vrijwel alle gemeenten die AMV’s  huisvesten hebben inmiddels afspraken gemaakt met partners over een verbeterde aansluiting van voorzieningen in de overgang van de leeftijd 18-/ 18+.

Stappen op onderwijs, 18-/18+ en wonen

In korte tijd is er op gebied van onderwijs veel geregeld. Verder zijn er aanpakken ontwikkeld voor relatief kleine groepen inwoners (AMV’s, volwassen vergunninghouders) die inmiddels worden gebruikt om breder in te zetten. Zo zijn bijvoorbeeld in regio’s ketenafspraken gemaakt over de groep jongeren 18-/18+. Omdat een relatief klein aantal ketenpartners hierbij was betrokken bij de opvang en zorg aan deze groep jonge vergunninghouders bleek het mogelijk afspraken te maken. Deze afspraken worden nu in diverse gemeenten als basis gebruikt voor afspraken over de grote groep jongeren 18-/18+ (of zelfs van 16 – 27 jarigen).

Ook zien we dat er bij veel gemeenten aandacht is voor flexibele woonconcepten voor meer doelgroepen dan alleen statushouders. Oplossingen die zijn uitgedacht in het vluchtelingenvraagstuk blijken ook toepasbaar in het bredere sociaal domein.

 


Wat geleerd kan worden van de aanpak:

  • Maatschappelijke urgentie van het vraagstuk helpt energie (menskracht) vrij te maken;
  • Een breed (ook politiek) gedragen bestuurs- en later uitwerkingsakkoord helpt bij de versnelling, hierdoor was er van meet af aan een redelijke geaccepteerde gemene deler over de te bereiken resultaten;
  • Creëer een loket en een integrale benadering in de ondersteuning naar gemeenten (rijksbreed i.s.m. de VNG);
  • Creëer een duidelijke scheiding tussen de aanjaagfunctie (was belegd bij het Platform Opnieuw Thuis) en vraaggerichte en flexibel ingerichte ondersteuning (OTAV);
  • Realiseer regionale regietafels (met bestuurders) waar de regionale uitdagingen/taakstellingen, inspanningen en resultaten worden besproken en zo nodig aangescherpt;
  • Zorg voor een korte lijn tussen regionale tafels met landelijke regietafel (bestuurders);
  • Zorg voor duurzame kennisdeling via (grootschalige) leer- en uitwisselingsbijeenkomsten.

 

Aandachtspunten voor de toekomst

Tegelijkertijd geven gemeenten aan dat het werk nog lang niet af is. Op sommige punten (zoals de regie van gemeenten op inburgering) blijft het schuren. En er zijn statushouders die al betaald werk hebben, maar deze groep is nog klein. Goede voorbeelden zijn belangrijk en inspirerend. Er blijft dus behoefte bij gemeenten, ketenpartners en Rijksoverheid om dilemma’s, praktijkverhalen, vraagstukken en oplossingen te delen.

Om die reden is er ook geïnvesteerd in het behoud van kennis op de website van Gemeenten van de Toekomst en van OTAV, en loopt het programma over Gezondheidszorg nog door tot halverwege 2018. Daarnaast steken Rijksoverheid, provincies en gemeenten energie in het behouden van netwerken waarin kennis uitgewisseld wordt.

Meer lezen?

Dit artikel is geschreven door Mieke Maas, Pauline Zwart, Carijn Tulp en Gerard Witsmeer die vanuit BZK (Interbestuurlijke Relaties) participeerden in het OTAV.