15 maart 2018

Sociaal domein / artikel

Statushouders en ondernemerschap: een succesformule?

De initiatieven om statushouders te helpen bij ondernemerschap schieten als paddenstoelen uit de grond. Niet vreemd, want de weg naar een betaalde baan in loondienst blijkt in Nederland voor hen weerbarstig. Het opzetten van een eigen bedrijf biedt kansen, blijkt uit de praktijk. Hoe kunnen gemeenten en ketenpartners de grootste hobbels wegnemen?

Eritrea Fietst
Fotograaf: Daniella van Bergen

 

Het aandeel niet-westerse allochtonen in de bijstand is in 2017 opgelopen naar 50,8 procent, laten CBS-statistieken zien. De groei van de laatste jaren kan volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek bijna volledig worden toegeschreven aan de instroom van vergunninghouders met een (niet-westerse) migratieachtergrond, met name Syriërs en Eritreeërs. Tussen 2016 en 2017 groeide het aantal bijstandsontvangers met een (niet-westerse) migratieachtergrond met 16.000. Deze cijfers zorgen bij gemeenten voor heel wat hoofdbrekens: hoe krijgen zij al die mensen aan het werk? Taalproblemen, niet-erkende diploma’s en culturele verschillen zorgen voor tal van obstakels voor statushouders om kansrijk een baan in loondienst te vinden, blijkt uit ervaring en onderzoek.

Onderzoek Platform 31

Kennis- en netwerkorganisatie Platform 31 boog zich over deze materie en startte in 2017 een verkennend onderzoek. Is het starten van een eigen bedrijf wellicht een meer effectieve route naar werk en integratie, vroegen de onderzoekers zich af. Zij reageerden daarmee op de hausse aan initiatieven die de laatste jaren zijn ontstaan waarin statushouders worden geholpen met ondernemerschap. Denk hierbij aan het initiatief van broedplaats Lola Lik in de voormalige Bijlmerbajes in Amsterdam waar vluchtelingen werkervaring konden opdoen of een eigen onderneming starten, Eritrea fietst en DeliteLabs. Bovendien: veel statushouders hadden in het land van herkomst een onderneming, dus leek die weg minder complex.

De onderzoekers spraken met drie deskundigen en zeventien statushouders en vroegen hen naar de kansen van statushouders bij het opzetten van een eigen bedrijf in Nederland, de belemmeringen die zij daarbij ondervonden en hoe die kunnen worden opgelost. Aansluitend bieden de onderzoekers aanbevelingen aan zowel statushouders als gemeenten om daarmee de kansen van statushouders met ondernemersambities te verbeteren.

Koppelen aan netwerken

“Het starten van een eigen bedrijf in Nederland is voor nieuwkomers een reële optie, mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan”, concludeert projectleider en onderzoeker bij Platform 31, Radboud Engbersen. Want vooral een gebrek aan ondernemersvaardigheden en/of professionele begeleiding nekt nieuwkomers als zij kiezen voor ondernemerschap, bleek uit het verkennend onderzoek. Wat zouden gemeenten kunnen doen?

“Zit er vanaf het begin bovenop, koppel statushouders aan netwerken, zorg voor goed taalonderwijs, breng ze zo nodig ondernemersvaardigheden bij, creëer broedplaatsen en maak echt contact met statushouders”, adviseert Engbersen. “Intensief en persoonlijk contact vergroot het succes van ondernemende statushouders aanzienlijk. Een routineuze aanpak werkt niet: gemeenten moeten de urgentie voelen, scherp en alert zijn. Ook met het faciliteren van mentoraatsprojecten zouden gemeenten kunnen experimenteren. Mentoren, leerde het verkennend onderzoek, kunnen statushouders wegwijs maken in de overheidsbureaucratie van ingewikkeld Nederland. Maar ook aan statushouders kun je eisen stellen: de taaltrainingen moeten ze wel serieus nemen. En ze moeten natuurlijk over enig ondernemerstalent beschikken. Ik ben ervan overtuigd dat er dan zeker kansen liggen.”

Succesvol praktijkvoorbeeld: Eritrea Fietst

Een praktijkvoorbeeld van zo’n kansrijk project is het particuliere initiatief ‘Eritrea Fietst’ in Den Haag. Fietskoerier Marcel Kleizen en Paul Driest, beleidsmedewerker bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), beiden fervente fietsfanaten, kwamen met het idee een fietstaxibedrijf met Eritreeërs op te richten. Paul Driest: “Eritrea is fietsland nummer 1 in Afrika. Sinds de Eritrese wielrenner Daniel Teklehaimanot in 2015 als eerste Afrikaan de bolletjestrui in de Tour de France veroverde, heeft hij in het Oost-Afrikaanse land een heldenstatus. Toen ik door mijn werk bij het COA merkte dat Eritreeërs moeilijk hun weg vonden in Nederland en Marcel merkte dat hij tijdens zijn werk als fietskoerier door Eritreeërs vaak voorbij werd gefietst, was de link naar het fietstaxiproject snel gelegd.”

Eritrea Fietst groepsfoto

Het enthousiasme onder Eritrese statushouders is groot. Volgende week worden de eerste twee fietstaxi’s opgehaald, 8 april wordt de zaak officieel gelanceerd en in oktober hopen de initiatiefnemers ook het management aan Eritreeërs over te dragen. Onder de paraplu van Eritrea Fietst zijn inmiddels ook Eritrese statushouders aan het werk als fietskoerier en fietsmonteur. “We denken ook na over een fietsproject voor Eritrese vrouwen, de foodfiets, waarmee ze zelfbereid voedsel kunnen verkopen met de fiets.”

Ondernemen in sociale coöperatie

Bijna alle 12 deelnemende Eritreeërs zitten weliswaar nog in de bijstand, maar doel is de opstap naar werk. Het fietsproject maakt hierbij handig gebruik van het model Sociale Coöperatie. “De deelnemers blijven in de bijstand en kunnen tegelijkertijd werken. De verdiensten dragen ze af aan de coöperatie. Met de gelden betalen we bijvoorbeeld een relevante opleiding voor de deelnemers, waarna zij de coöperatie kunnen verlaten en betaald werk kunnen vinden. Wat het fietskoeriersbedrijf betreft: het is de bedoeling dat het bedrijf na zes maanden rendabel is, zodat iedereen uit de bijstand kan en de deelnemende Eritreeërs het bedrijf volledig kunnen overnemen.”

Hun succesformule? “Je moet de deelnemers in het begin intensief coachen, want in Nederland werkt alles totaal anders dan in het land van herkomst, vooral op administratief gebied. We nemen ze mee in dat proces als een soort mentor. Zet vooral ook de migrant centraal. Als je uitgaat van zijn of haar wensen en ambities vergroot je de kans op succes.” De initiatiefnemers Kleizen en Driest willen hun kennis en netwerk graag delen, want ook in andere gemeenten kan zo’n project naar hun idee kansrijk zijn. “De combinatie Eritreeërs en fietsen werkt. Zo’n fietstaxibedrijf is bovendien een mooi uithangbord voor een gemeente, want je combineert twee relevante politieke thema’s – statushouders en duurzaamheid – op een positieve manier.”

Kruisbestuiving, coachen en creatieve oplossingen

Ook gemeenten ontwikkelen steeds meer initiatieven om ondernemende statushouders te helpen. De gemeente Súdwest Fryslân heeft al 3,5 jaar ervaring opgedaan met statushouders en ondernemerschap. Kruisbestuiving, coachen en creatieve oplossingen zijn daarin kernbegrippen geworden. “In principe nemen we de statushouders in alle voorzieningen mee die ook voor de autochtone ondernemende Friezen zijn bedoeld, zoals netwerkavonden, trainingen en begeleiding door coaches. We merken dat gevestigde ondernemers en starters, ondernemende autochtonen en statushouders veel van elkaar kunnen leren, elkaar versterken en elkaar nodig hebben. Statushouders zijn nogal eens goed in handwerk. Eén statushouder werkt bijvoorbeeld nu mee aan het naaiwerk van zeilen in de watersport. Aan deze vaklui was een groot tekort”, zegt Helga Krist, projectleider Startpunt Ondernemers in de Friese gemeente.

Voor hulp bij het opstellen van een ondernemersplan heeft de gemeente binnen een pilotproject contact gezocht met de NHL Stenden Hogeschool in Leeuwarden waarvan de opleiding Small Business en Retail veel studenten trekt uit de Arabische landen en ook in Qatar een vestiging heeft. “Ook dit is een mooie kruisbestuiving: gelijktalige studenten helpen de statushouders met het schrijven van een Engelstalig ondernemingsplan; de statushouders brengen de studenten meer realisme van het ondernemen bij.”

Grootste obstakels statushouders

De grootste obstakels voor statushouders om succesvol een bedrijf te starten in Nederland liggen wat Krist betreft op financieel en cultureel vlak. “In Nederland werken wij met systemen: je moet bijvoorbeeld je btw-opgave doen en kunt na elk jaar een belastingaanslag verwachten. Daar begrijpen de meeste statushouders niets van, omdat ze dat in het land van herkomst niet kennen. Aangezien ondernemers financiële risico’s lopen, bieden we ze nu iedere maand een coachgesprek aan waarbij de financiële zaken in de gaten worden gehouden en waar zowel de statushouders als andere starters adviezen krijgen.”

Haar belangrijkste advies aan gemeenten? “Biedt de statushouders zo veel mogelijk een netwerk, help de statushouders behalve met taal ook met ‘systeemdenken’ en slecht de grenzen tussen het sociaal en economisch domein in de gemeente op het gebied van ondernemerschap. Denk vanuit ondernemerschap, of het nu om een gevestigde ondernemer gaat of om een statushouder die vanuit de bijstand wil starten, en biedt daarnaast maatwerk specifiek gericht op ondernemende statushouders.”

Meer informatie