31 januari 2018

Sociaal domein /

Succes in Oost-Brabant met project ‘Verward, en dan…?’

Een 24/7 ‘spoedplein zorg’ met een laagdrempelige toegang waarbinnen de hele keten samenwerkt. Dat ziet Jeroen Koffijberg, projectleider van het project ‘Verward, en dan…?’ in Oost-Brabant als een mooi toekomstbeeld. In Oost-Brabant timmeren ze sinds 2015 stevig aan de weg om tot een uniforme ketenaanpak voor personen met verward gedrag te komen die niet alleen sluitend is, maar ook menselijk en persoonlijk met aandacht voor de naasten en de omgeving.

Maar liefst 40 gemeenten, 1 politie-eenheid, het OM, 3 GGZ-instellingen, Verslavingszorg, 2 ambulancediensten, 2 GGD-regio’s en de huisartsenposten hebben in Oost-Brabant sinds 2015 de handen ineengeslagen na een verontrustend ongeval: in Den Bosch werd in september 2014 een oudijzerhandelaar vermoord door een verwarde jonge man. Die was enkele uren daarvoor opgepakt, onderzocht en weer vrijgelaten.

Het drukte de regio met de neus op een nijpend probleem. Na het incident in Den Bosch besloten de politie, het openbaar ministerie en de bestuurder van de GGZ-instelling Reinier van Arkel het probleem op te pakken en speerpunten te formuleren: hoe kan zo’n drama de volgende keer zo goed mogelijk worden voorkomen?

9 bouwstenen sluitende ketenaanpak verwarde personen

Precies een jaar na dit heftige incident installeerden de toenmalige ministers van VWS (Schippers) en VenJ (Van der Steur) samen met de VNG het Aanjaagteam Verwarde Personen. Het team zou de belemmeringen in een sluitende ketenaanpak van personen met verward gedrag in kaart brengen. Dat was niet voor niets: het aantal meldingen van verwarde mensen op straat steeg verontrustend in 5 jaar tijd met 65 procent.

Een van de resultaten van het Aanjaagteam Verwarde Personen zijn de 9 bouwstenen waarmee regio’s tot een sluitende aanpak rond verwarde personen kunnen komen. Want net als in de rest van Nederland zaten er in Oost-Brabant nogal wat ‘gaten’ en onwenselijkheden in de aanpak van mensen met verward gedrag op straat.

Koffijberg: ”Als je kijkt naar die casus in Den Bosch liepen er een aantal zaken niet goed, met name de informatie-uitwisseling binnen de keten en de samenwerking tussen justitie, politie en GGZ. Iedereen deed wat hij moest doen volgens zijn eigen protocollen, maar met een goede samenwerking had de beoordeling wellicht tot een andere uitkomst geleid.”

Speerpunten voor een sluitende ketenaanpak

Na de rijksopdracht aan gemeenten om te komen tot een sluitende aanpak voor personen met verward gedrag op straat, is het initiatief in Oost-Brabant uitgerold tot een brede regionale samenwerking met bovengenoemde partners. Ook maken ze inmiddels dankbaar gebruik van zowel de ZonMw-subsidie als de huidige ondersteuning van het Schakelteam Verwarde Personen en de 9 bouwstenen van het Aanjaagteam.

Koffijberg: “Van de bouwstenen over passend vervoer en preventie hebben we onze speerpunten gemaakt, evenals van triage (het beoordelen van het ziektebeeld) en acute opvang. Voor vervoer moet er een systeem komen wat de hele regio dekt, maar er zijn ook prikkelarme wagens en uniforme afspraken nodig. Wat triage en acute opvang betreft proberen we de drie crisisdiensten en vier psychiatrische opvangruimtes in onze regio qua regels en werkwijze op één lijn te krijgen. Zo weet ook de politie precies waar ze aan toe is, of ze nu in Eindhoven staat, in Vught of in Den Bosch. Voor preventie ligt dat anders: gemeenten zijn daarvoor zelf verantwoordelijk. Wij proberen hen handvatten mee te geven en kennis over psychiatrie aan te reiken.”

Succesfactoren in Oost-Brabant

Inmiddels zitten in Oost-Brabant de zorg- en de veiligheidsketen op één lijn en is er bij alle gemeenten en regionale partners commitment. ‘We lossen het samen op!’ is het motto. Er is een stuurgroep in het leven geroepen en er zijn er kaders en hoofdthema’s geformuleerd waarmee werkgroepen aan de slag zijn. Een klankbordgroep van ervaringsdeskundigen geeft feedback op de conceptproducten.

Alle partners aan boord, drie werkgroepen en een klankbordgroep van ervaringsdeskundigen vormen voor Koffijberg de succesfactoren van het project. Vooral dat laatste vindt Koffijberg ‘vrij uniek’. ”Dat hebben we in Oost-Brabant van oudsher goed voor elkaar en is van wezenlijk belang voor de kwaliteit van je diensten. Want hoe moet je omgaan met deze cliënten? Het is naar ons idee van groot belang dat je input krijgt van de mensen waarom het gaat. Cliënten zijn vertegenwoordigd in elke werkgroep én in de stuurgroep.”

Struikelblokken in het project ‘Verward, en dan…?’

Toch zijn er nog een aantal aandachtspunten. Privacy van persoonsgegevens, verschil in schaalgrootte en prioriteiten van regionale samenwerkingspartners maken het proces in Oost-Brabant complex, evenals de autonomie van gemeenten. Zo bestrijkt de politie de hele regio Oost-Brabant, werken de ambulancediensten weer in twee regio’s, de GGZ-instellingen in drie regio’s en de veertig gemeenten binnen hun eigen gebied. En wat te denken van passend vervoer voor de hele regio? Of van het uitwisselen van gegevens tussen de zorg- en strafrechtsketen?

“Dat is niet op een achternamiddag geregeld”, zegt Koffijberg. ”De bereidheid vanuit de diverse organisaties is er. We gaan met elkaar in gesprek, staan er open in en proberen het gemeenschappelijk belang te onderkennen. De ambulancediensten zijn nu bijvoorbeeld bezig met een businesscase om het vervoer in de gehele regio dekkend te krijgen. Dat vind ik heel positief. Ook komt er voor ambulancepersoneel een scholingsprogramma in de psychiatrie. Daarnaast gaan de GGZ-instellingen eenzelfde werkwijze hanteren bij de spoedeisende psychiatrie. Dat is pure winst.”

Inzet, flexibiliteit en creatief denken

“Het sluitend krijgen van de keten voor de aanpak van mensen met verward gedrag klinkt goed, maar is een enorme uitdaging”, zegt Koffijberg. “Het vraagt inzet, personele capaciteit, flexibiliteit en ketengericht denken.”

“Ik denk dat alle partners in Oost-Brabant nu veel meer bereid zijn over de eigen grenzen heen te kijken. Men heeft veel meer oog voor elkaars realiteit en is meer bereid creatief naar oplossingen te zoeken. In de praktijk zoeken partijen elkaar nu ook veel meer op dan voorheen. Er worden bijvoorbeeld subsidieaanvragen ingediend waarbij er sprake is van ketensamenwerking.”

“Ook zetten partners talrijke lokale initiatieven op. Zo heeft GGZ Eindhoven een MHFA (Mental Health First Aid)-cursus geïntroduceerd vanuit Australië, die nu landelijk wordt uitgerold. Op dit moment draaien er in Oost-Brabant twaalf van zulke lokale samenwerkingsinitiatieven waar andere partners ook wat aan kunnen hebben. Mijn advies? Probeer projecten altijd eerst uit op kleine schaal voordat je het groot uitrolt. Het is beter te overzien en maakt inzichtelijker wat het concrete resultaat is.”

Ontwikkelingen ketenaanpak landelijk borgen

Behalve het 24/7 ‘spoedplein zorg’ heeft Koffijberg nog een wens: “We moeten ervoor zorgen dat het momentum niet verloren gaat. Het is nu vooral projectmatig ingericht, maar het is zaak dat te borgen, ook landelijk.”

“Daarin zou het Rijk een rol kunnen spelen: door vinger aan de pols te houden en deze regionale ontwikkelingen te blijven stimuleren, niet alleen financieel, maar ook door het behoud van contacten met de regio’s. Want ik denk dat we er nog lang niet zijn.” Maar voor nu is Koffijberg tevreden. “Met de grote hoeveelheid partners kun je minder tempo draaien dan je soms wenst, maar we liggen goed op schema en er lopen al veel mooie pilotprojecten.”

Meer weten?

Lees ook:

Foto: via Flickr (Creative Commons)