Pauline Zwart 27 juni 2017

Op een kraakvlak leer je

Niemand slaapt op straat. Dat was de basis toen in 2015 een grote instroom van vluchtelingen en migranten op gang kwam. Overheden en ketenpartners zetten alle zeilen bij. Er sliep niemand op straat. Maar ook daarna stond ieder voor een volgende grote opgave: huisvesting , onderwijs, integratie… Met de ‘Turkije-deal’ kwam een eind aan de grote instroom. Inmiddels is er meer ruimte voor reflectie. Wat zijn de geleerde lessen? Waar kunnen we die inzetten?

Rijk en VNG hebben eind 2015 samen het Ondersteuningsteam Asielzoekers en Vergunninghouders (OTAV) opgericht. Accountmanagers van BZK werken ook in dit team. We ondersteunen gemeenten, begin 2016 bijvoorbeeld bij bewonersbijeenkomsten rond de komst van nieuwe AZC’s. Daarna bij de opgave om veel nieuwe inwoners (vluchtelingen met een verblijfsstatus) te huisvesten. Statushouders hebben woonruimte nodig, maar andere (kwetsbare) groepen op de woningmarkt ook. Er was creativiteit en balanceerkunst nodig. Sommige gemeenten hebben leegstaand vastgoed (bijvoorbeeld scholen) geschikt gemaakt voor huisvesting. Nuttige projecten mét ups en downs. Sommige statushouders begrepen niet waarom zij geen zelfstandige woonruimte kregen en een ander wel. Gemeenten waren nog aan de slag met ambitieuze plannen terwijl het aantal te huisvesten statushouders weer snel afnam.

Ons team heeft gemeenten ondersteund en andersom ook veel signalen vanuit de praktijk naar Den Haag gebracht. Een bekend pijnpunt voor gemeenten is dat ze zich inspannen om nieuwkomers te begeleiden naar werk, terwijl ze geen zicht hebben op het inburgeringstraject.  Dat schuurt enorm. Het beleid rond inburgering is nog niet veranderd. Maar het verantwoordelijk ministerie kent nu de signalen en heeft betere informatievoorziening rond inburgering georganiseerd.

Wat ik heb gezien is dat Rijk, provincies, gemeenten en ketenpartners elkaar landelijk, regionaal en lokaal onder druk steeds beter vonden. Ik heb ervaren dat er een sfeer was van ‘we zijn kritisch op wat niet werkt…. en tegelijk moet deze klus ook gewoon geklaard worden’.

Daarin zijn ook nieuwe praktijken tussen en binnen gemeenten ontstaan. Gemeenten zijn meer regionaal gaan samenwerken. Binnen gemeenten zijn integrale teams opgezet (soms groot, met alle betrokkenen, soms bewust heel klein). Er is snel nieuw beleid ontwikkeld, vaak in interactie met  bewoners, statushouders en ketenpartners. Interne processen zijn versneld. Ook zie ik gemeenten die het geld uit het uitwerkingsakkoord inzetten om extra casemanagers Werk & Inkomen in te zetten die echt ‘ontschot’ werken. Deze casemanagers zijn voor de statushouders een bekend gezicht en één ingang naar de overheid.

Laatst nog vertelde een gemeenteambtenaar mij dat men nu na anderhalf jaar ‘geen grote verrassingen’ meer tegenkomt op dit thema. Wel mooi om te horen, want de ondersteuning van OTAV stopt per 1 juli 2017. Gemeenten komen nu in de fase dat ze het beleid en de processen die ontwikkeld zijn voor statushouders willen invoegen in de reguliere aanpak in het sociaal domein. Je wilt immers een helder sociaal beleid voor iedereen, met veel ruimte voor maatwerk waar nodig.

Ik zie dat ‘invoegen’ ook andersom kan. Het sociaal domein is in transitie. Welke nieuwe praktijken zijn op het thema migratie onder hoge druk ontwikkeld? Zijn die breder bruikbaar? Bijvoorbeeld: kunnen buddyprojecten voor statushouders, die door burgers zijn ontwikkeld, ook breder werken in de strijd tegen eenzaamheid onder ouderen? Is de flexibele en snelle manier waarop een integraal projectteam ‘statushouders’ werkt (met eigen budget en korte lijntjes naar de wethouder) ook bruikbaar voor andere thema’s?

Eén van de laatste OTAV-activiteiten die ik organiseerde was een bijeenkomst in de Achterhoek over schoolverzuim bij jonge nieuwkomers. Dat blijkt een complex vraagstuk met vele oorzaken. Voor de aanpak is samenwerking tussen veel partners nodig. Het was mooi om te zien hoe tijdens de bijeenkomst ketenpartners elkaar leerden kennen (‘hé, een gezicht bij het mailadres’), kennis gedeeld werd en er een gezamenlijk beeld van de situatie ontstond. Een concrete vervolgstap is nu dichterbij. Dat kan de ‘reguliere’ aanpak van schoolverzuim ook verrijken.

Ik kijk met plezier terug op de OTAV-periode, op de goede samenwerking en ook op de ‘kraakvlakken’. Juist op een kraakvlak leer je.


Pauline Zwart is OTAV-accountmanager voor Gelderland en Overijssel