7 mei 2018

Sociaal domein / praktijkvoorbeeld

De ‘rode knop’: opschalen voor oplossingen bij botsende wetten

In de City Deal Inclusieve Stad werken vijf steden met vier ministeries aan innovatieve aanpakken in het sociaal domein. Onderdeel hiervan is de ‘rode knop’: lukt het lokaal niet lukt om een oplossing te vinden omdat er sprake is van botsende wet- en regelgeving? Dan kunnen steden casussen opschalen naar rijksniveau.

 

Als de gemeente een casus indient voor de rode knop, wordt die met betrokkenen doorgesproken. Soms is rechtstreeks contact tussen de gemeente en een ministerie of uitvoeringsorganisatie voldoende. Als er meer nodig is, volgt een ‘rode knopoverleg’. Daarbij schuiven naast de betrokken gemeente ook de Rijkspartijen aan die voor de oplossing nodig zijn.

Eindhoven bracht een casus in. Het Rijk organiseerde een ‘rode knop-tafel’ met de gemeente, het wijkteam, de Belastingdienst, het ministerie van Financiën en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daar werden oplossingen in kaart gebracht. Nu is het 3 maanden later. Hoe staat het ervoor? Heeft de rode knop geleid tot een maatwerkoplossing voor de inwoner? Dat lees je dit artikel, dat is gemaakt met de mensen die deze casus inbrachten.

De casus: drie botsende wetten

Joost van Kampen van Stichting WIJeindhoven werkt in één van de wijkteams. Hij vertelt: “Het gaat om een mevrouw die in goed vertrouwen kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd en ontvangen. Haar echtgenoot (en daarmee toeslagpartner) woonde buiten de Europese Unie. Later werd pas duidelijk dat ze om die reden toch geen recht had op kinderopvangtoeslag. De toeslag werd stopgezet en teruggevorderd. Mevrouw moest een groot bedrag terugbetalen en kwam in de knel. We hebben mevrouw ondersteund in het contact met de Belastingdienst. Daar bleek dat de wet geen ontsnappingsclausule kent. Het probleem kan dus alleen door betrokkenen zelf of de gemeente worden opgelost.”

Maar: dat was nog niet alles. “Deze situatie was extra complex omdat zij bezig was haar echtgenoot naar Nederland te halen. Om legaal verblijf mogelijk te maken, moet zij betaald werk hebben. Ook vanuit de Participatiewet verwachten we dat mensen die kunnen werken dat doen. Om te kunnen werken was kinderopvang voor haar jonge kinderen nodig. Maar omdat haar echtgenoot in het buitenland woonde, had ze geen recht op kinderopvangtoeslag. Hier botsen dus de Wet Kinderopvang, de Vreemdelingenwet en de Participatiewet met elkaar. Inwoners die zelfredzaam willen zijn, worden zo eerder tegengewerkt dan dat we ze faciliteren. Dat kan toch niet de bedoeling zijn.”

Leerpunt 1: informatievoorziening

Els van Enckevort is domeinsecretaris Sociaal Domein in Eindhoven. Ze is betrokken bij de CityDeal en heeft gemerkt dat burgers beter geholpen worden door ruimte te bieden voor maatwerk. “In verreweg de meeste gevallen kunnen we zaken lokaal oplossen. Maar juist voor dit soort casussen is de rode knop een grote stap voorwaarts. We hadden voorheen geen idee hoe we zo’n casus bij het Rijk op de agenda konden krijgen. Dat is nu wel gelukt. Ik zeg wel eerlijk dat het een jaar geduurd heeft voordat iedereen in stelling was. We moesten samen het rode knopproces nog uitvinden. Maar voor ons was het belangrijkste dat er in deze casus leerpunten zitten voor alle betrokken organisaties.”

Het eerste leerpunt dat aan de rode knoptafel werd besproken was de informatievoorziening op de site van de Belastingdienst. Joost licht toe: “Wie kinderopvangtoeslag aanvraagt, moet zelf de site doorspitten op zoek naar de juiste informatie. Het systeem is niet echt ondersteunend. Mevrouw heeft kinderopvangtoeslag gekregen terwijl ze daar wettelijk geen recht op had. Bij het aanvraagproces is geen stop ingebouwd als iemand informatie invult waaruit blijkt dat hij geen recht op toeslag heeft. Er komt een voorbeeldberekening in beeld. Daardoor ontstaat de indruk je sowieso recht hebt op de toeslag.” Hierop is inmiddels actie ondernomen met verbeteringen op de betreffende website.

Leerpunt 2: fraude of onrechtmatigheid?

Het is bekend (ook uit wetenschappelijk onderzoek) dat veel burgers moeite hebben met het invullen van formulieren en het verwerken van informatie. Dit geldt nog sterker als ze ingrijpende levens-gebeurtenissen meemaken. Terwijl dit juist momenten zijn waarop het recht op toeslag kan veranderen of vervallen. Er ontstaan situaties waarbij de burger ten onrechte een toeslag ontvangt, zonder dat daarbij opzet aan de orde is.

“Als later wordt ontdekt dat dit onterecht was, wordt de inwoner benaderd als fraudeur, in plaats van dat een coulante betalingsregeling wordt afgesproken” stelt Joost. “Dat leidt tot paniek. Vervolgens is ondersteuning van de gemeente nodig, zowel praktisch als financieel. Voor de inwoner is het ook vreemd dat zij bij de Belastingdienst niet in aanmerking komt voor toeslag, terwijl de gemeente misschien wel een maatwerkoplossing kan bieden. Of dat gebeurt, verschilt nog per gemeente. Zo werken we niet als één overheid”. Dit is meteen het tweede leerpunt.

De Belastingdienst kent inmiddels een zogenaamde ‘Maatregel bij verrekenen kinderopvangtoeslag’. Die maakt meer maatwerk mogelijk in dit soort situaties.

Leerpunt 3: wetten die botsen

Het derde leerpunt is de botsing tussen wetten. De Participatiewet en Wet Kinderopvang zijn erop gericht dat het inkomen van mensen zoveel mogelijk bestaat uit betaald werk. Voorwaarde voor een verblijfsvergunning is dat de partner die in Nederland verblijft over voldoende bruto maandinkomen en een jaarcontract beschikt. Volgens de Wet Kinderopvang heb je geen recht op toeslag als je partner buiten de EU woont. Het effect: wie jonge kinderen en een partner buiten de EU heeft, kan moeilijker in het eigen inkomen voorzien. Daarmee wordt de kans op een verblijfsvergunning kleiner en daarmee ook het uitzicht op een gezinshereniging.

Joost van Kampen (StichtingWIJeindhoven) en Els van Enckevort (gemeente Eindhoven)

De oplossing: o.a. de SMI

Hoe is het nu verder gegaan voor betrokkene? Aan de rode knop-tafel is besproken dat gemeenten wettelijk een bijdrage in de kosten van kinderopvang mogen verstrekken. Dat doen ze op sociaal medische indicatie (SMI). In deze casus had dat gekund: SMI kan worden ingezet als de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen in het geding is. Deze mogelijkheid is niet altijd bij gemeenten bekend, laat staan dat gemeenten daarvoor middelen van het Rijk krijgen. Els heeft daar wel een kanttekening bij: “Er zijn veel gevallen waar dit speelt. In onze gemeente zie ik dat het budget dat we krijgen van het Rijk niet toereikend is om al deze casussen financieel te ondersteunen.”

De echtgenoot van de mevrouw in de rode knop-casus had al een verblijfsvergunning gekregen. Het gezin is daarmee herenigd. De gemeente heeft een betalingsregeling getroffen en de schuld van de Belastingdienst overgenomen vanuit de mogelijkheden van de bijzondere bijstand. Motivatie hiervoor vanuit de gemeente is dat zij kosten voor de gemeente voor SMI en uitkering heeft voorkomen (daar had ze immers gebruik van kunnen maken). Ook de kinderopvanginstelling heeft een coulante regeling getroffen.

De Belastingdienst zet stappen

Els heeft in het proces ervaren dat uitvoeringsinstanties zoals de Belastingdienst steeds meer hun verantwoordelijkheid nemen richting kwetsbare inwoners. Vergeleken met de situatie begin 2017 heeft de website al een metamorfose ondergaan. De gemeente zit nu met de Belastingdienst om tafel om te kijken naar verdere verbeteringen van de website. Het ministerie van SZW bekijkt of de regels die bepalend zijn voor het recht op kinderopvangtoeslag in dit soort specifieke situaties zouden moeten worden herzien.

Volgens Joost en Els heeft de rode knop in deze casus zijn waarde bewezen. “We leren samen hoe de systeemwereld beter faciliterend kan zijn aan de leefwereld. Als gemeente hebben we ervaren dat ministeries en uitvoeringsorganisaties daar ook echt voor open staan”.

Foto: via Flickr (Creative Commons)