24 juni 2017

Sociaal domein /

Doetinchem – Achterhoekse aanpak voor verhoogde asielinstroom

In de Achterhoek bundelen zeven gemeenten de krachten voor de opvang van asielzoekers en de huisvesting van vergunninghouders. Ze streven naar een integrale en concrete aanpak voor het gebied als geheel. De behoefte van asielzoekers en vergunninghouders sluit op deze manier beter aan op de huisvestingsmogelijkheden in het gebied.

Gezamenlijke aanpak

De gemeenten beschouwen hun lokale taakstelling als ‘regionale opdracht’ en opereren als collectief naar derde partijen, zoals provincie Gelderland en het COA. Gezamenlijk pakken de gemeenten twee grote uitdagingen aan: het voorzien in voldoende en adequate noodopvang voor asielzoekers én het zorgdragen voor voldoende passende huisvesting voor vergunninghouders. De gemeenten zien kansen in uitwisselbaarheid, flexibiliteit en beleidsvrijheid. Daarom vragen ze het Rijk om hun taakstelling en andere verantwoordelijkheden samen te voegen en als geheel te beschouwen.

Gezamenlijk zoeken ze naar een ‘redelijke balans’: het gaat immers niet om cijfers, maar om mensen. In 2016 heeft een “verevening” plaatsgevonden: gemeenten die op een bepaald moment achter liepen bij de realisatie van de halfjaarlijkse taakstelling, zijn (met gesloten beurzen) formeel gecompenseerd door gemeenten die op dat moment voorliepen. Dat werd gedaan voor een “kunstmatige” verlaging van de taakstelling van de achterlopende gemeente, en een navenante verhoging van de gemeente met een voorsprong.

Zo heeft elke gemeente in de regio formeel voldaan aan de halfjaarlijkse taakstelling en kon ingezet worden op de integratie van de vergunninghouders in kwestie. Kortom, de focus op wat werkelijk belangrijk is (goede maatschappelijke integratie) en niet op cijfers.

De gemeenten zien kansen in creatieve oplossingen waarbij wonen, werken en integreren samen komen. In hun afwegingen denken ze tevens na over:

* Onderwijs en kinderopvang;

* Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (en zij die 18 worden);

* Integratie, inburgering(cursussen), maatschappelijke begeleiding (en gevolgen voor bijvoorbeeld VluchtelingenWerk/opleiders), in samenhang met

* Werk(gelegenheid), inkomen, bijstand, opleiding/omscholing;

* Veiligheid

* Effecten voor Wmo, jeugdhulp, volksgezondheid en welzijn;

* Voldoende passend, regulier woningaanbod (o.a. samenwerking woningbouwcorporaties);

* Bijzondere huisvestingsvormen (creatieve oplossingen/ nieuwe woonvormen);

De autonomie van de individuele gemeenten blijft behouden. Elke gemeente kiest haar eigen speerpunten. Onderlinge afstemming is hierbij belangrijk. Creatieve oplossingen kunnen nodig zijn. Deze bespreken de gemeenten in de verschillende afstemmingsoverleggen.

Samenwerkingsstructuur

De samenwerking is ingebed in een tijdelijke en flexibele projectstructuur bestaande uit twee gremia: het Bestuurlijk- en het Ambtelijk afstemmingsoverleg. Per gremium is uit iedere gemeente iemand vertegenwoordigd. Bijzonder aan de samenstelling is dat hun functies variëren. Iedere gemeente koos zijn eigen vertegenwoordigers ongeacht hun functie, waardoor een mix is ontstaan in de betrokken expertises. Zo zijn er vertegenwoordigers die zich richten op thema’s als fysieke ontwikkeling en het realiseren van voldoende huisvesting. Daarnaast is er expertise aangehaakt vanuit sociaal oogpunt, zoals integratie, werk, inkomen, onderwijs en welzijn.

Het Ambtelijk afstemmingsoverleg wordt voorgezeten door een extern adviseur. De huidige adviseur is gespecialiseerd in fysieke vraagstukken. De voorzitter van de ambtelijke werkgroep is ook de eerste adviseur van het Bestuurlijk afstemmingsoverleg, zodat goed bestuurlijk/ambtelijk samenspel geborgd is. Dat werkt goed, omdat hij hen inhoudelijk kan voeden met de geluiden en informatie uit het Ambtelijk afstemmingsoverleg

Het Ambtelijk afstemmingsoverleg vindt eens per maand plaats. In dit overleg maken de gemeenten afspraken over de uitvoering. Het Bestuurlijk overleg vervult een coördinerende rol. Zij kwamen ongeveer 5-wekelijks bijeen toen de vluchtelingecrisis op zijn hoogtepunt was, nu is dat eens per half jaar. In dit overleg worden geen besluiten genomen, maar wel strategische richtingen verkend. Indien nodig wordt de ambtelijke uitvoering bijgestuurd. Elke afgevaardigde bestuurder is verantwoordelijk voor terugkoppeling naar, en meenemen van gevoelens van zijn lokale college. Formeel-juridisch heeft het Bestuurlijk afstemmingsoverleg geen mandaat.

Provinciale bijdrage

De gemeenten verzochten de Provincie Gelderland om flexibel met hun taakstelling om te gaan, de provincie heeft daar mee ingestemd. Bij de Provincie is een gezamenlijk beroep gedaan op budget om de samenwerking vorm te geven, zoals subsidie voor de ondersteuning van de procesinrichting.

Speerpunt 1: Loslaten ondergrens 200 personen in opvang Om lokale draagkracht te benutten en maatschappelijk draagvlak te verwezenlijken pleit de Achterhoek voor kleinschalige (nood)opvang van asielzoekers. Zij ziet kans in kleinschalige mogelijkheden onder aansturing van bijvoorbeeld een centrale COA-locatie. Dit betekent dat de ondergrens van 200 personen per noodopvanglocatie losgelaten dient te worden. Anno 2017 is dit niet meer aan de orde.

Speerpunt 2: Match in woonruimte Binnen de gemeenten is een betere match tussen de vergunninghouders en de woonruimten gewenst. Het komt nu nog voor dat een bepaalde groep vergunninghouders, zoals alleenstaande mannen zonder gezin, wordt toegewezen aan een gemeente met veel eengezinswoningen. Ook andersom komt dit voor. Daarom willen ze vergunninghouders onderling kunnen ‘ruilen’. Anno 2017 heeft COA ook initiatieven dit aangaande ontplooid, zoals bijv. het traject “screening & matching” waarbij extra gelet wordt op specifieke arbeidskansen voor vergunninghouders met een specifieke arbeidsachtergrond. Denk bijvoorbeeld aan een Syrische havenarbeider: het is slimmer om hem in de buurt van Rotterdam te huisvesten dan in bijvoorbeeld Oost-Drenthe.

Daarnaast maakt COA het nu gemakkelijker om in gesprek te treden over de huisvestingsgemeente van bepaalde gezinnen/alleengaanden, Dat heeft ook te maken met de verminderde druk, zodat er ruimte komt voor overleg tussen gemeente en COA.

Speerpunt 3: Focus per onderdeel Daarnaast beogen de gemeenten de individuele taakstellingen te kunnen samenvoegen. Op die manier ‘verevenen’ ze de mate waarin ze individueel aan hun taakstelling voldoen. Dit stelt hen in staat om de opgave flexibel op te pakken. Als een gemeente ervoor kiest om relatief meer te doen op het gebied van vergunninghouders dan kan een andere gemeente zich richten op de realisatie van de noodopvang. Zij spraken af dat elke gemeente wel verantwoordelijk is voor een substantieel deel van hun taakstelling en verantwoordelijkheden.

Het gaat om de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. Dit heeft in 2016 beslag gekregen in een formele verevening, waarbij vijf gemeenten met een “overschot”, de “tekorten” van twee andere gemeenten hebben gecompenseerd.

Deze informatie komt van het Platform Opnieuw Thuis