5 juli 2018

Sociaal domein / praktijkvoorbeeld

Statushouders in Barneveld uit de startblokken

In april publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een rapport waaruit bleek dat van de statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning kregen nu 11 procent betaald werk heeft. Er zijn duidelijke verschillen naar herkomstland. Van de Eritreeërs had 6 procent betaald werk. Uit verkenningen blijkt dat Eritrese statushouders vaak op grotere afstand van de Nederlandse samenleving staan. Tegelijkertijd zijn veel Eritrese jongeren leergierig en hebben ze een sterke veerkracht en doorzettingsvermogen. Onderzoek geeft aan dat een creatieve, integrale en cultuursensitieve aanpak van cruciaal belang is om participatie van Eritrese statushouders van de grond te krijgen. Maar hoe doe je dat als gemeente, samen met ketenpartners en de nieuwkomers?

Oplossingsgericht werken

De gemeente Barneveld is één van de gemeenten die zo’n aanpak vorm geeft. Berlinde Kok en Lisalette Dijkers zijn projectmedewerker Statushouders en vertellen: “Sinds 2015 zijn zo’n 350 statushouders ingestroomd in de gemeente, waarvan ongeveer 70 tot 100 mensen met een Eritrese achtergrond. Zij worden individueel gekoppeld aan een van de vier gemeentelijke gespreksvoerders Participatie die specifiek werken met statushouders. De gespreksvoerders hebben de regie vanuit het sociaal domein. Onze insteek is dat zij cultuursensitief werken en zich flexibel opstellen. Dat past bij onze manier van werken in het sociaal domein. We hanteren de methodiek van Oplossingsgericht Werken en onze gespreksvoerders zijn daar ook in getraind.”

Voor de nieuwkomers en de andere inwoners van Barneveld is een infographic gemaakt waarin te zien is hoe integreren in Barneveld werkt. We bieden bijvoorbeeld taalstages aan om de taal te oefenen en het netwerk uit te breiden.

Extra inzet nodig voor ex-AMV’ers

De gemeente merkte dat het nodig was om extra in te zetten op ex-AMV’ers. Dit zijn jongeren die als alleenstaande minderjarige naar Nederland zijn  gekomen. Lisalette legt uit: “Voor AMV’ers die 18 jaar worden en nog maar enkele maanden in Nederland zijn bleek de overstap naar zelfstandig wonen te groot. Daarom is een pilot gestart waarin deze jongvolwassenen extra begeleiding krijgen, ook als de uitkering is beëindigd. Hun begeleider legt, naast de doelen die de gespreksvoerder met de ex-AMV’ers heeft afgesproken, doelen met hen vast op een aantal leefgebieden.  Wanneer zij in staat zijn op een leefgebied zelf de regie te nemen wordt de begeleiding op dit gebied afgeschaald. Uit de evaluatie van de pilot blijkt dat verbetering is te zien op het gebied van samenwerking, begeleiding en zelfredzaamheid van ex-AMV’ers. Ook zien we veel jongvolwassenen weer naar school gingen en zo uitstroomden naar het reguliere vervolgonderwijs.”

De begeleiding van ex-AMV’ers is inmiddels met de Raad geëvalueerd. Het belangrijkste effect is dat de jongeren in beeld zijn. De problematiek rond overlast is afgenomen en jongvolwassenen zijn meer zelfredzaam en kunnen hun weg vinden in Nederland. Berlinde en Lisalette zijn het erover eens: “ook hier gaat het erom dat je in een aantal gevallen een lange adem hebt. Het loont om meer te investeren in de begeleiding”.

Werken op één lijn met nieuwkomers en ketenpartners – met een focus op de Eritrese groep

De gespreksvoerders merkten dat het lastig kan zijn om echt contact te maken met de Eritrese nieuwkomers en om doelen met hen te stellen. Rechtstreeks vragen waar hun interesse ligt voor werk of studie komt niet over. Daarom gingen ze op zoek naar andere manieren om contact te maken met de Eritreeërs.  

Berlinde zegt daarover: “We hebben drie sessies georganiseerd onder begeleiding van een ervaringsdeskundige trainer. Eén voor de groep Eritreeërs zelf, één voor de gespreksvoerders van de gemeente en één voor de professionals die met (ex)AMV’ers werken. In de sessies hebben we gewerkt aan wederzijds begrip. Wat zijn de achtergronden van de Eritrese nieuwkomers? Hoe kunnen we vertrouwen opbouwen? Het is interessant om te leren dat begeleiders via sport, muziek maken en koken vaak beter contact kunnen maken dan via een gesprek of bijeenkomst.

Wederzijds begrip houdt ook in dat de nieuwkomers leren hoe het in Nederland werkt qua rechten en plichten. Voor hen zijn die immers hetzelfde als voor elke andere inwoner. Het is belangrijk dat we als gemeente en andere professionals duidelijk zijn en één lijn volgen in onze communicatie hierover. Herhaling is het toverwoord. Het helpt enorm als ook ketenpartners dezelfde insteek hanteren. De trainingen hielpen om elkaar beter te leren kennen en op één lijn te komen.”

De gespreksvoerders en de andere professionals hebben ook heel praktisch geoefend met rollenspellen: hoe maak je contact met de Eritrese nieuwkomers? Hoe motiveer je jongvolwassenen om naar school te gaan, als het schoolprogramma eigenlijk weinig bij hen past?

Kleine successen

Is het effect van deze trainingen merkbaar? Berlinde en Lisalette zijn daarover reëel: “het heeft tijd nodig en je moet oog hebben voor kleine stappen vooruit. Zo heeft bijvoorbeeld een persoon een snuffelstage gedaan. Het bedrijf was er enthousiast over. De gemeente hielp hem zijn CV te updaten en hij gaat nu samen met de gespreksvoerder op zoek naar een baan. Daarnaast hebben we ook iemand die een betaalde baan heeft bij een bedrijf in de omgeving, hij heeft het daar erg naar zijn zin. Een andere persoon heeft een proefplaatsing bij een restaurant, dit gaat goed. Soms lijkt een stap klein, maar is hij groot voor de persoon zelf. Zo is iemand ‘opgekrabbeld’ na een moeilijke start en met een reguliere opleiding gestart. Dat is te danken aan de positieve instelling van de persoon zelf.”

Meer informatie