16 augustus 2018

Toekomstbestendig bestuur / artikel

Het Waterschap van de toekomst: Nederland klimaatproof met participatie en samenwerking

Het waterschap is voor velen een soort black box: wat doet het nu precies? En hoe ziet het waterschap er in de toekomst uit? We spraken vernieuwer pur sang Jan Wijn, klimaatambassadeur bij het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Hij pleit voor een meer regionale samenwerking waarin waterbeheer toegankelijk is en onderdeel van de volledige ruimtelijke ordening. Hoe pakt zijn organisatie dat op?


Het Waterschap is in ontwikkeling: waren er heel vroeger wel duizenden, in de jaren ’80 honderden – nu zijn er nog 21 Nederlandse waterschappen. In vogelvlucht: zij beheren waterwegen, dijken, zuiveren afvalwater en zorgen voor een schoon, droog en veilig land. Daar horen bijvoorbeeld ook gezonde visstanden, muskusratbestrijding of energiewinning uit afvalwater bij. Op www.waterschappen.nl vind je meer info.


 

We fietsen met Jan Wijn door Stad van de Zon, de eerste Nederlandse en wereldwijd de grootste klimaatneutrale wijk. Hij werkt sinds 1981 bij hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, dat het waterbeheer doet in de regio boven het Noordzeekanaal in Noord-Holland en op Texel. “Ons waterschap is in beweging: we gaan anders met vraagstukken om. Samenwerken is het startpunt, en we proberen samen met  andere organisaties verder vooruit te kijken. De klimaatveranderingen dwingen ons daartoe. Daarbij gaan we uit van een gezamenlijk doel, niet van het vaststellen of handhaven van normen. Waterbeheer is per definitie een onderdeel van ruimtelijke ordening.”

Bewustwording rond klimaatadaptatie

Stad van de Zon is een van de eerste projecten dat tot stand kwam door een samenwerking van heel veel partijen in de regio Heerhugowaard, waaronder een gemeente die niet bang is om een risico te nemen. Ook Hollands Noorderkwartier investeerde tijd, aandacht én budget in het project. Dat is redelijk uniek, vertelt Jan Wijn. “We staan wel bekend als een waterschap dat de nek uit durft te steken.”

Momenteel focust hij zich vooral op de brede bewustwording rond ons veranderende klimaat, maar ook over het belang van samenwerken met burgers en andere partijen om te anticiperen op die veranderingen. Jan spreekt vooral met mensen van gemeenten, ruimtelijke ordenaars bijvoorbeeld. “Het klimaat verandert, dat is een feit. Je kunt lastig voorspellen wat er precies gebeurt, maar er zijn wel scenario’s – het KNMI maakt die bijvoorbeeld al jaren (nu van 2014-2021). De vraag die ik steeds stel: wat doe je als zo’n scenario (deels) straks werkelijkheid wordt? En nog belangrijker: hoe pakken we dat nu al samen op?” Uit die gesprekken bleek dat waterschappen veel nuttige kennis en informatie in huis hebben die lastig toegankelijk was. Daarop werd de Klimaatatlas ontwikkeld, die inmiddels ook voor meerdere gebieden openbaar toegankelijk is.

“Ik heb veel slimme collega’s die deze data al jaren naar prachtige kaarten vertalen. In de Klimaatatlas delen we onze kennis op een laagdrempelige manier met alle stakeholders en burgers. Het mooie is: je kunt die informatie zien bijna tot op het niveau van de vierkante meter. Bijvoorbeeld deze kaart van Alkmaar: wat als er binnen 2 uur 100 mm regen valt? Welke panden en straten zijn kwetsbaar, waar wordt het moeilijk begaanbaar? Daar kun je je dan op voorbereiden.”

“Een scenario komt nooit helemaal uit, maar je kunt (en moet) er wel op anticiperen”

Deze zomer kreeg Nederland te maken met extreme droogte. Reden voor zorg, maar uitspraken over de toekomst kun je nooit met zekerheid doen, zegt Jan Wijn. “Dit is de ergste droogte sinds de jaren ’70, een uitzonderlijke situatie dus. Men gaat er vanuit dat het in augustus wel weer zal regenen, maar in ’76 kwam er ook een erg droge augustusmaand. We moeten er dus serieus rekening houden met dat scenario. Hoe houden de uitdrogende dijken zich? Wat doen we dan met de kwetsbare veengebieden? Hoe ga je om met de behoeften van agrarische gewassen? Het belangrijkste is dat je erover nadenkt, weet wat de consequenties zijn en wat je zou kunnen doen.” Dat is een treffend voorbeeld van het soort bewustwording waar Jan voor strijdt. Dat kan gaan over droogte, maar ook over hittestress of extreme regenval.

De eerste Waterschapsvisie van Nederland

De overheid kwam in 2007 met een Deltaprogramma, nadat er aan het begin van de eeuw veel schade was van wateroverlast. Het antwoord van Hollands Noorderkwartier: de eerste Deltavisie die gaat over het eigen gebied. “Dat heeft nog steeds geen ander waterschap gedaan. Onze visie heeft dilemma’s rond klimaatverandering als uitgangspunt, niet oplossingen. Die dilemma’s hebben we besproken met allerlei groepen: bewoners, agrariërs, lokaal bestuur, experts, en zo verder. Samen denk je na over de korte én lange termijn: wat is er in ons gebied aan de hand, wat is er nodig en wat is ons doel? Samenwerken is daarbij essentieel, en dat vraagt de veranderende samenleving ook van organisaties. We dagen mensen uit zelf mee te denken.” De burger was het lastigst te bereiken met dit abstracte thema. Toch trokken de avonden ruim 200 mensen en voedde dit de Deltavisie.

De ontwikkeling bij Hollands Noorderkwartier is redelijk uniek in Waterschapsland, vertelt Jan. “Het bestuur van HHNK stelde zich kwetsbaar op door met het gebied in debat te gaan en niet zoals gewoonlijk zelf te bepalen wat er moet gebeuren. We vroegen de deelnemers: wat verwachten jullie van ons, en wat kan er beter? En ook vooral: wat kun en ga je er zelf aan doen?” Zo maakt Hollands Noorderkwartier de stap naar mede-ordenend. Dat dat nodig is, daar is Jan Wijn van overtuigd: “De ruimtelijke ordenaar kan niet om het water heen, en andersom. De afstand is soms zo groot, ik denk dat dit misschien wel de enige manier is om het Nederland van 2050 klimaatbestendig te maken. We zijn goed op weg. We willen niet langer uit noodzaak of onder druk van inwoners handelen, maar dilemma’s in het gebied samen oppakken.”

Ommezwaai: het extern gerichte Waterprogramma

In navolging van de samenwerking rond de Deltavisie werkte Jan Wijn als projectleider aan het eerste extern gerichte Waterprogramma in 2015. Dat richt zich voor 6 jaar strategisch en tactisch op de thema’s waterveiligheid, watertekort, crisisbeheersing, schoon water en wateroverlast. “We doen dit met zeven partners (o.a. drinkwaterbedrijf PWN, de agrarische sector, natuurbeheerders en de provincie). Ook organiseerden we 12 watertafels met dezelfde mensen als bij de Deltavisie. De vragen die centraal stonden: wat is er in ons gebied (aan de hand)? Wat verwacht je van ons? En wat ga je zelf doen?” De ruim 1000 positieve én negatieve signalen werden vertaald naar 16 dilemma’s die in teams worden opgepakt. De meeste teams zijn nog steeds actief en bestaan uit belanghebbende partijen voor elk thema.

De Deltavisie is na zes jaar wel toe aan herziening, maar blijft het ijkpunt voor álle beleidskeuzes rond waterbeheer en ruimte. “Als waterschap zijn we veel minder bezig bent met het handhaven en stellen van normen voor bijvoorbeeld afvoer en veiligheid, en meer met meedenken en adviseren. Voorheen informeerden we mensen en organisaties vooral over afgeronde plannen of wat het waterschap had gedaan. Nu kijken we vooruit, 6 jaar in het Waterprogramma, 25 tot 100 jaar in onze visie. We willen niet voldoen aan de norm van een bui die eens in de 1000 jaar valt, maar samen met anderen werken aan o.a. een veilige en gezonde leefomgeving. Het doel gaat boven de norm.”

“Ik droom van een regioschap waarin het Waterschap een samenwerkingspartner is.”

Jan Wijn is trots op de ontwikkelingen bij Hollands Noorderkwartier, maar net als de Klimaatatlas is zijn werk nog lang niet af. De ontwikkeling waarbij gemeenten samenwerken of zich samenvoegen kan volgens hem een kans zijn. “Als dat zich doorzet, houd je maar een paar regio’s over in ons gebied. Daar moet je als waterschap in mee. De samenwerking binnen bijvoorbeeld het Klimaatnetwerk, waar ik samen met Willem Stam (Gemeente Den Helder) aan werk, staat nog aan het begin, maar wordt steeds breder. Ik heb nog veel ideeën. Mijn droom zou zijn om ruimtelijke ordening op regioniveau aan te pakken, met het Waterschap als partner. De afstand is nu soms nog groot, maar je bereikt zoveel meer als je een uitdaging samen oppakt. Dat hebben we nu al geleerd. Ik zeg: Op naar grote knelpunten oppakken in een regioschap! Dat is de enige manier om klimaatadaptatie, maar ook andere maatschappelijke vraagstukken echt goed aan te pakken.”