22 november 2018

Toekomstbestendig bestuur / artikel

Snelstudie Participatieve Monitoring: “Onomkeerbare trend” inzichtelijk gemaakt

Bij participatieve monitoring zetten burgers zich in om allerlei zaken te meten in de leefomgeving. Deels gebeurt dat als burgers zélf het initiatief nemen, maar steeds vaker ook zijn het overheden die er de waarde van inzien. Tom Radstaak en Felix Wolf van de Directie Participatie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voerden een snelstudie uit om het fenomeen in kaart te brengen, inclusief de belangrijkste do’s en don’ts. Daarvoor lieten ze zich onder meer informeren door het RIVM, dat eerst terughoudend was ten opzichte van participatieve monitoring, maar het nu enthousiast omarmt.  

 

Veel belangstelling

Burgers die de lucht- of waterkwaliteit meten of helpen om geluidshinder in kaart te brengen. In steeds meer gemeenten en bijvoorbeeld bij waterschappen helpen burgers mee om data te verzamelen. Ook bij de Rijksoverheid groeit de belangstelling hiervoor. De snelstudie ‘Participatieve monitoring in vogelvlucht’ is tot stand gekomen omdat er steeds meer vragen over worden gesteld bij de Directie Participatie van I&W. Adviseur Tom Radstaak vat de missie van zijn Directie treffend samen: “Wij zetten ons in voor het goede gesprek tussen de overheid en de samenleving.” En juist bij dat goede gesprek kan participatieve monitoring van grote waarde zijn. “De maatschappij wil het, de techniek maakt het mogelijk. Samen zorgt dat er voor dat de trend naar méér participatieve monitoring onomkeerbaar is”, aldus Radstaak. De belangstelling voor het onderwerp is dan ook groot: een LinkedIn-post over de snelstudie leverde in korte tijd maar liefst driehonderdvijftig reacties op!

Snelstudie-samenstellers Tom Radstaak en Felix Wolf  (foto: Liset Verschoor)


Weinig op papier

De snelstudie is gebaseerd op een aantal wetenschappelijke artikelen en interviews met onder andere onderzoekers en experts van RIVM, Deltares en het ministerie. ‘De studie is bedoeld om richting te geven aan de manier waarop we hiermee om kunnen gaan’, zegt Radstaak. ‘Er staat nog niet al te veel op papier over het onderwerp. Beleidsmedewerkers  hebben niet de tijd om talloze wetenschappelijke artikelen door te nemen. De snelstudie stelt ze in staat om met een korte tijdsinvestering de hoofdlijn van het onderwerp tot zich te nemen.’

Tuinvogel-telling

Participatieve monitoring is op allerlei manieren in te zetten. Een aansprekend, ‘low-tech’ voorbeeld is de jaarlijkse nationale tuinvogel-telling van de Vogelscherming. Mensen in heel Nederland tellen dan in een weekend in januari een half uur de vogels die ze in hun tuin zien. De Vogelbescherming gebruikt de data om een beeld te krijgen van de vogelstand en om te bepalen wat ze het beste kan doen om de tuinvogels te beschermen. Tom Radstaak: ‘Met name bij lokale overheden zie je dat participatieve monitoring al volop wordt omarmd. Er zijn bijvoorbeeld waterschappen die in nauwe samenwerking met boeren de waterkwaliteit monitoren. Dat doen ze vanuit een helder, gedeeld belang.’

“De trend naar meer participatieve monitoring is onomkeerbaar”

Anticiperen of reageren

Dat heldere, gedeelde belang is natuurlijk niet altijd evident. Uit de snelstudie komen dan ook twee ‘aanvliegroutes’ naar voren: een anticiperende en een reagerende. Radstaak: ‘Eén ding staat vast: als mensen willen meten, dan gaan ze dat gewoon doen. Daar kun je als overheid op wachten en reageren op wat er op je af komt. Maar je kunt ook anticiperen en de samenwerking opzoeken. Als je daarbij dan technische ondersteuning biedt en de metingen in coproductie met burgers opzet, dan kun je er samen meer uit halen dan ieder apart. Bovendien ben je het dan eerder samen eens over de betekenis van de metingen. Welke reactie passend is, hangt af van de context.’

“Het is niet alleen leuk, het is de toekomst!”

‘Citizen Science’

De ervaringen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) vormen een belangrijke bron voor de snelstudie. Het RIVM is onder andere verantwoordelijk voor de meting van de luchtkwaliteit in Nederland. Het stond lange tijd sceptisch ten opzichte van de waarde van luchtkwaliteitsmetingen uit minder formele bronnen. Maar daar is verandering in gekomen: metingen door burgers spelen een steeds grotere rol, legt Hester Volten van RIVM uit.

‘Dat is begonnen met het succesvolle ‘Citizen Science’ (wetenschap met- en door burgers – red.) project iSPEX om fijnstof te meten met smartphones.’ Over de resultaten uit iSPEX zijn twee wetenschappelijke artikelen verschenen, één over de technische kant en één over de sociaal-wetenschappelijke aspecten. Dit leidde er toe dat Volten geregeld uitnodigingen kreeg om toelichting te geven. ‘Toen realiseerde ik me: deze aanpak is niet alleen maar leuk, het is de toekomst!’

Hester Volten met een ‘samenmeten’-sensor die wordt gebruikt om met burgers geluidsoverlast in kaart te brengen.


Grote innovatie in kleine stappen

Uit de verschillende pilots en projecten die hier op volgden heeft RIVM onder meer geleerd dat goed luisteren cruciaal is. Volten: ‘Je moet te weten komen wát mensen willen meten en waarom ze dat willen. Als jij gaat vertellen wat ze moeten meten en hoe ze dat precies moeten doen, dan is het enthousiasme er gauw uit. Dat is soms lastig, maar je krijgt er veel extra’s voor terug: je staat in contact met de samenleving, mensen begrijpen de voorliggende vraagstukken beter en ze worden meegenomen in de oplossing. Als je dan bijvoorbeeld als gemeente een straat af moet sluiten voor het verkeer, dan kun je het veel beter uitleggen.’

Citizen Science is inmiddels niet meer weg te denken bij RIVM, aldus Volten. ‘Er zijn allerlei metingen en combinaties van metingen denkbaar die mensen met eigen apparatuur aan hun eigen lichaam of aan de omgeving kunnen uitvoeren. Denk aan stappentellers, slaapmonitors of hartslagmeters. In combinatie met omgevingsmetingen kunnen die data die heel waardevol zijn. Citizen Science is daarmee een grote innovatie, die we in kleine stappen onderzoeken.’

iSPEX, het eerste ‘Citizen Science’-project van RIVM leverde veel goodwill én twee wetenschappelijke publicaties op.