Bart Cosijn 13 september 2018

Buiten de lijntjes participeren

In steeds meer gemeenten zoeken overheden en inwoners naar wegen om de democratie van nieuwe zuurstof te voorzien.  In de praktijk blijkt er grote verschillen bestaan in de aanpak van deze overheden en hun burgers. Hoe komt dat? Waarom stellen mensen de kaders waarbinnen ze participeren regelmatig ter discussie? Hoe voorkomen we een bottom-up burn-out bij actieve inwoners, nu de overheid op steeds meer beleidsterreinen om de uitgestoken participatiehand van inwoner vraagt? En wat te doen bij stevig protest? Graag deel ik vijf lessen uit de praktijk.

1. Niet alle participatie is democratisch

Participatie is een lastig begrip. Twee vormen van participatie halen we regelmatig door elkaar. Bij ‘burgerparticipatie’ worden burgers door hun overheid gevraagd te helpen bij de uitvoering van vastgesteld beleid. En wanneer inwoners via een participatief proces pogen invloed uit te oefenen op politieke besluitvorming spreken we over ‘participatieve (of deliberatieve) democratie’. Burgerparticipatie en participatieve democratie zijn communicerende vaten. Maar meer participatie leidt niet automatisch tot een sterkere democratie. Wees als overheid zo helder mogelijk wanneer je inwoners uitnodigt om te participeren, zodat ze weten: hoe ver gaat mijn invloed?

2. Voorkom schijn-gelijkwaardigheid

Zou co-creatie dan beter zijn? Het heeft een nobel doel: verschillende spelers – inwoners, ondernemers, ambtenaren, adviseurs, volksvertegenwoordigers etc – nemen een gelijkwaardige positie in ten opzichte van elkaar. Zo kunnen de beste ideeën naar voren komen en creatieve oplossingen worden bedacht. Echter, gelijkwaardigheid is alleen mogelijk als niemand van de deelnemers claimt namens anderen te spreken. En wie is er eigenaar van de resultaten? Zodra één ‘partij’ op een later moment gaat beslissen over de inzet van de resultaten, kan er geen sprake zijn van gelijkwaardigheid.

3. Dialoog is niet beter dan debat

Eigenlijk kun je debat en dialoog niet goed met elkaar vergelijken. De kracht van debat is dat deelnemers worden uitgedaagd om standpunten in te nemen en die met argumenten te onderbouwen – het is een oefening in redeneren en motiveren. Terwijl dialoog een oefening in goed luisteren is: ‘Begrijp ik wat de ander zegt?’ Het grootste gevaar van een verkeerde inzet van dialoog in een participatief of democratisch proces is dat ze, eenmaal uit haar cocon, wegvliegt als een debat.

4. Pas op voor uitgebluste burgers

Participatie kost veel tijd en energie. Voor sommigen is het zelfs een ware uitputtingsslag. De bereidheid van inwoners en ondernemers om zich voor hun leefomgeving in te zetten is groot. De kans dat ze met hun idee, initiatief of zorg vastlopen is echter niet gering. Goede communicatie is daarom van wezenlijk belang. En het afwijzen van ideeën op formele gronden moet voor de overheid het laatste redmiddel zijn.

5. Wees niet bang voor protest

Samenleven betekent leven met tegengestelde belangen. Waar mensen zich vroeger wendden tot vakbonden of politieke partijen binnen hun zuil beschikken ze nu over een breder maar ook diffuser palet aan kanalen: mini-arena’s (fysieke of digitale plekken voor overleg). Wat doe je wanneer in een mini-arena die gericht is op uitvoering van beleid, issues naar boven komen die nadrukkelijk een politieke lading hebben? Voor ambtenaren kan dit knap lastig zijn: ‘Wanneer ga ik met de wethouder overleggen?’ ‘Hoe leggen we de strategie aan de bewoners uit?’ Bovendien staat de lokale journalistiek steeds meer onder druk. Wat betekent dat er een grote verantwoordelijkheid ligt bij betrokken ambtenaren, bestuurders en andere professionals, om de lokale volksvertegenwoordigers te voeren met de ingebrachte ideeën en bezwaren.

Daarom deze oproep: misbruik participatie nooit om maatschappelijk vuur, zonder welk onze democratisch niet kan functioneren, om wille van de uitvoering te doven. De mensen met een stem vinden hun weg wel. We moeten ons niet laten afschrikken door het politieke conflict. Dat hoort bij onze democratie. Het zijn vooral diegenen die na een bewonersavond teleurgesteld naar huis gaan en besluiten om niet meer terug te komen, om wie we ons moeten bekommeren. Zonder deze inzet is elke nieuwe aanpak om onze democratie participatiever en sterker te maken gedoemd om te mislukken.

Deze column is een ingekorte versie van het artikel ‘De vijf grootste valkuilen bij versterken democratie door participatie’