Leonie Veerman 24 augustus 2018

De schaal van lokaal

Er verdwijnen dit jaar weer 25 gemeenten. Herindelingen. Onder mijn collega’s van de gemeente Edam-Volendam – die net een beetje van alle commotie zijn bekomen na een fusie in 2016 – heerste de afgelopen tijd weer onrust omdat hen een nieuwe grote herindeling boven het hoofd hing.

Inmiddels is duidelijk dat de aanstaande fusie (de gemeente Landsmeer oriënteert zich al enige tijd op een mogelijke herindeling met buurtgemeenten uit onze regio) kan uitlopen op ‘slechts’ een bestuurlijke samenwerking,. De flarden van ernstige gesprekken die onze wandelgangen vulden – “Op wat voor plek werken we straks?”, “Wat betekent een nieuwe fusie voor onze dienstverlening?” – hebben plaatsgemaakt voor meer montere uitspraken.

Bedreigen herindelingen lokaal bestuur?

”Geen zorgen”, zo drukte een oudere collega mij laatst op het hart, “Edam-Volendam is de grootste, dus wij blijven het voor het zeggen hebben.” Een ietwat twijfelachtige geruststelling. Wanneer ik van een afstand naar het toenemende aantal herindelingen kijk, bekruipt mij het gevoel dat deze tendens een enorme bedreiging vormt voor de toekomst van de ‘lokale’ overheid. Een gemeente moet toch ‘tenminste honderdduizend inwoners’ hebben, wil het een beetje serieus genomen worden. Althans, zo werd het gecommuniceerd in het regeerakkoord in 2012, toen een fris en ambitieus kabinet zich voornam actief aan te sturen op deze gemeentelijke schaalvergroting.

Na een grote golf vragen en kritiek zwakte Plasterk deze eis af, “Gemeenten van 40.000 tot 60.000 inwoners zijn ook prima, als ze maar in staat zijn hun wettelijke taken goed uit te voeren. Het kabinet stuurde weliswaar niet langer actief aan op herindelingen, ze kregen toch precies waar ze op uit waren. Met een golf van decentralisaties (en daarnaast de taak om een flinke kostenreductie te realiseren) werd het voor veel kleinere (én middelgrote) gemeenten namelijk volslagen onmogelijk om alle wettelijke taken goed uit te voeren.

Maatwerk is duur

Het idee achter de decentralisering van overheidstaken is in feite zeer nobel. De argumenten uit de al in 1980 verschenen Decentralisatienota spreken nog steeds tot de verbeelding. Ter wille van de democratie zou het bestuur zo dicht mogelijk bij de burgers worden gebracht. Beleidsvoering op kleinere schaal is bovendien efficiënter en effectiever doordat er meer informatie is over de doelgroep. Waar de centrale overheid een sterke neiging heeft tot overregulering, zou een lokaal gevormd beleid meer ‘menselijk’ zijn en maatwerk kunnen leveren.

Goed verhaal. Maar maatwerk op een kleine schaal, daar hangt een prijskaartje aan. Iedereen die ooit een Ikea Kallax kast (efficiënte massaproductie) heeft willen inruilen voor een custom-made boekenkast (maatwerk) kan het weten. Duur! En laat dat nu net de belangrijkste reden zijn voor vrijwel alle gemeentelijke fusies. In het kader van decentraliseren een klassieke drogreden. We willen meer ‘menselijk’ maatwerk, dus brengen het bestuur dichter bij de burger. Wanneer dit niet te betalen blijkt, halen we het daar net zo snel weer weg en schalen we op naar de regio.

De valkuil van efficiëntie

Net als in het bedrijfsleven streven we er in gemeenten uiteraard naar om zo efficiënt mogelijk te werken. Het is mooi om te zien hoe we als overheid lessen trekken uit de private sector en grote stappen maken in het digitaliseren en optimaliseren van werkprocessen.

Ik vraag mij echter af of we het waarom achter deze veranderingen wel duidelijk voor ogen hebben. Voor het bedrijfsleven heeft het effectiever werken en opschalen veelal een economische reden.* Dit staat gelijk aan minder kosten en meer winst. Laten we niet vergeten dat we als overheid geen winstoogmerk hebben. Efficiëntie is goed, maar de behoeften en wensen van inwoners dienen daarbij te allen tijde leidend zijn.

*Inmiddels is vaak aangetoond dat het ondoordacht opschalen van organisaties funeste gevolgen kan hebben, omdat schaalgrootte van wezenlijke invloed is op de manier waarop een systeem functioneert. Dit onderstreept natuurkundige Geoffrey West in zijn boek ‘Schaal’, waarin hij de bouw, structuur en de levensduur van organismen, steden en organisaties koppelt aan hun schaal. Ook Guy Kawasaki, de marketinggoeroe achter Apple, schaart vroegtijdig opschalen als een van de tien grootste fouten die entrepreneurs kunnen maken – net als partnerships aangaan:

 

De burger en gemeente als ontwerpteam

Je kunt je afvragen of inwoners echt zitten te wachten op grotere gemeenten. Juist in deze grootschalige, digitale en anonieme wereld is er een hernieuwde hang waarneembaar naar zelfredzaamheid, lokale samenwerking en ondernemerschap. Inwoners worden bovendien steeds mondiger en willen actiever betrokken zijn bij hun leefomgeving. Gemeenten moedigen hen aan om zelf de handen uit de mouwen te steken. Het lijkt mij geweldig als de broodnodige besparingen of effectiviteitsslagen voor de lokale overheden juist in deze richting gezocht worden. In de nieuwe participatiesamenleving ontwerp je je boekenkast samen met de plaatselijke boekenliefhebbers, haal je de planken bij het stadskantoor en zet deze vervolgens samen in elkaar.

Hoe dan ook lijkt het mij essentieel om de noodzaak voor een fysieke en lokaal geregeerde leefwereld te erkennen en dit niet uit het oog te verliezen zodra er economische voordelen te behalen zijn. Dit balanceren binnen het spanningsveld tussen (kosten)effectiviteit en maatwerk zou nog wel eens een van de grootste uitdagingen van lokale overheden kunnen worden. Met name voor de nieuwe generatie ambtenaren. Dat is in ieder geval wat ik mijn oudere collega ga zeggen wanneer ik hem weer tegenkom in de wandelgangen.

Leonie Veerman is bestuurslid bij FUTUR, maar dit artikel is geen standpunt van FUTUR.