Maarten Allers 26 september 2018

Red de gemeente, nu het nog kan

Van de ruim 1000 gemeenten die we in 1950 hadden zijn er nog maar 380 over. En volgend jaar nog maar 355. In dit tempo raken we de bodem – één enkele gemeente – al in 2051. Misschien gaat er op het laatste moment nog iemand op de rem staan, en krijgt de dalende lijn de vorm van een hockeystick. Dan houden we een handjevol gemeenten over. Maar die zullen een volledig ander karakter hebben. Willen we dit wel?

Laagdrempelig, slagvaardig, doelmatig

Wat verwachten we eigenlijk van gemeenten? Ik denk twee dingen. Aan de ene kant laagdrempelig lokaal bestuur, dat maatwerk levert en waarmee inwoners zich kunnen identificeren. Iets dat mensen het gevoel geeft dat ze erbij horen, dat ze gehoord worden. Erg belangrijk in een onrustige wereld die steeds verder individualiseert én globaliseert. Aan de andere kant verwachten we een slagvaardige en doelmatige uitvoering van taken die vaak een bovenlokale schaal hebben. We willen eersteklas diensten, niet te duur, en wel nu meteen.

Op het eerste gezicht lijken deze twee zaken niet goed samen te gaan. En dat gaan ze ook niet. Voor het eerste moet je klein zijn, voor het tweede groot (genoeg). Je kunt proberen dat tegelijkertijd te zijn, bijvoorbeeld door niet te herindelen maar als gemeenten intensief samen te werken. Maar door gemeentelijke samenwerking komt het bestuur ook verder van de mensen af te staan. Zelfs als je alleen bij de uitvoering samenwerkt. Immers, veel beleid zit in de uitvoering. Toch heeft samenwerking een hoge vlucht genomen: in 2005 verliep nog 8% van de gemeentelijke uitgaven via samenwerkingsverbanden, nu is dat meer dan 20%. Best veel voor organisaties waarmee niemand binding heeft, die niet democratisch worden bestuurd, en waar gemeenteraden geen vinger achter krijgen.

Alternatief voor gemeentelijke herindeling

Waarom proberen we eigenlijk twee dingen die niet samengaan in één bestuurslaag te persen? Dat is nergens voor nodig. Stel dat we nu – ja nu meteen, want het is zo 2051 – stoppen met gemeentelijke herindeling. Taken met een bovenlokaal niveau vertrouwen we toe aan een democratisch gekozen regiobestuur dat ook de provinciale taken uitvoert. Van die regio’s zullen we er 20 à 30 nodig hebben. Soms kunnen die het territorium krijgen van de voormalige provincies – in bijvoorbeeld Groningen, Fryslân en Zeeland zijn al samenwerkingsverbanden van die omvang. Sommige provincies kunnen worden opgesplitst. Regio’s doen het sociaal domein, economische zaken, enzovoort. Gemeenten doen wat lokaal kan en vormen een bindend element in de samenleving.

Ik weet het, met alle rapporten over hervorming van het binnenlands bestuur kun je de Hofvijver dempen. Maar nu moet er wat gebeuren. Anders zetelt er in 2051 aan het Binnenhof een gemeenteraad. De decentralisatie is dan voltooid – zelfs defensie en buitenlandse zaken kunnen dan naar de gemeente. Maar decentralisatie heeft ons dan wel een volledig gecentraliseerd bestuur gebracht.

Maarten Allers is hoogleraar economie in Groningen en directeur van COELO. COELO organiseert op 4 oktober in Den Haag een symposium over herindeling, samenwerking, doelmatigheid en lokale democratie. Aanmelden via www.coelo.nl.