29 augustus 2018

Toekomstbestendig bestuur / interview

De provincie Utrecht in 2050: samen met partners en burgers werken aan een fijne omgeving

De Omgevingswet vraagt niet alleen andere werkwijzen van gemeenten, maar ook provincies moeten aan de slag. De provincie Utrecht gaat hiervoor met de volgende generatie Utrechters in gesprek over de toekomst van hun omgeving. Hoe zien jongeren 2050 voor zich? Wat is lastig, en wat vind je belangrijk? Chandra Gischler (projectleider participatie/communicatie voor de Omgevingsvisie bij de provincie Utrecht) vertelt wat de eerste fase van dit participatieproces heeft opgeleverd.

Wat zijn de kansen en uitdagingen voor de provincie Utrecht?

“De provincie groeit als kool en is een belangrijk economisch en ruimtelijk knooppunt. Maar wel met een relatief klein grondgebied. Dat maakt het groeiend aantal inwoners (Utrecht is bijvoorbeeld de snelst groeiende stad van Nederland, red.), bedrijven en vervoersbewegingen (Utrecht Centraal groeide van 170.000 naar 340.000 in- en uitstappers, red.) tot een uitdaging. Hoe houd je het onder deze omstandigheden leefbaar en prettig voor iedereen? Daarnaast zorgt het veranderende klimaat bijvoorbeeld voor meer wateroverlast, en staat de biodiversiteit onder druk. Hier moeten alle partijen samen mee aan de slag, en de Omgevingsvisie is hier een mooie kans voor.”

Hoe ontstond het idee om met (de volgende generatie) inwoners in gesprek te gaan?

“Provinciale Staten in Utrecht hadden een stevige participatie-ambitie. Toen we een participatieproces wilden inrichten rond de Omgevingsvisie, hebben we eerst samen met belanghebbenden verkend hoe. Daarop maakten we een plan, waarin onder andere staat dat we in korte cycli werken. Dat doen we omdat we in zo’n ingewikkeld proces niet precies weten wat we tegenkomen of wat er gaat gebeuren. We maken nu voor elke fase een nieuw plan, en nemen daarin steeds de ervaringen van de fase(n) ervoor mee.”

“Ik vond die werkwijze heel boeiend: normaal gesproken bereid je een stuk voor en leg je deze voor aan Provinciale Staten. Nu werk je samen naar een gemeenschappelijk punt. Dat leverde interessante reacties én vraagstukken op. In welke rol zit je bijvoorbeeld aan tafel: als gesprekspartner of toehoorder? Laat je je politieke kleur spreken of niet?” De meningen verschilden, maar duidelijk werd wel dat het vooral belangrijk is om goed te luisteren om een zo breed mogelijk beeld te krijgen.

De eerste fase van het participatietraject rond de Omgevingsvisie zit er nu op. Wat gebeurde er in deze fase?

“In deze fase maakten we een schets: hoe zien we de provincie in 2050 voor ons? We wilden die visie zo breed mogelijk ophalen. We startten in december 2017 met een bijeenkomst, waarin deelnemers trends en ontwikkelingen voor de provincie onderzochten. Vervolgens spraken in januari 2018 zo’n 330 mensen over de impact van die trends op hun fysieke leefomgeving. Ook konden mensen hun mening hierover geven via een online enquête, die uiteindelijk 630 deelnemers trok. Van die mensen woont en werkt meer dan de helft in de provincie en is 10% jonger dan 27 jaar.”

“Parallel hieraan ging een Tourteam aan de slag met een ontwerpend onderzoek. Dit team bestond uit experts van de Provincie, Rijk, gemeenten, waterschappen en maatschappelijke organisaties. Samen bundelden zij hun kennis tot een verhaal- en beeldlijn rond verschillende thema’s als wonen, cultuur en economie. Hun resultaten presenteerden én combineerden ze met de opbrengsten van het participatietraject tijdens het Integraal Koersdebat in april. Bij de Provincie on Tour gingen gedeputeerden op pad om specifieke thema’s verder uit te diepen. Elke bijeenkomst was op een locatie waar de provincie een rol speelt of speelde – bijvoorbeeld rond het thema ‘mobiliteit’ in de tramremise in Nieuwegein.”

“Jongeren zijn veel minder bezig met bezit of gevoeligheden dan de oudere generatie. Ze zijn heel nuchter en doelgericht.”

“Heel leuk was de Trends, Plans & Food brainstorm met jongeren in maart 2018. Hen vroegen we niet wát, maar hóe: hoe zouden jullie de schaarste en het ruimtegebruik in 2050 aanpakken? Zo’n 65 young professionals en studenten (jonger dan 27 jaar) gingen aan de slag. Opvallend vond ik dat jongeren veel minder bezig zijn met bezit of gevoeligheden dan de oudere generatie. Ze denken heel nuchter en doelgericht: ‘we hebben nu eenmaal windmolens nodig om duurzame energie te maken’. Opvallend waren de ideeën rond ondergrondse mobiliteit en begraafplaatsen, auto- en woningdelen, zelfvoorzienend en circulair leven, verticale landbouw en modulair bouwen. Hun frisse blik en nuchterheid inspireerden de oudere participanten ook enorm!”

Wat leverde het participatietraject op?

“Uiteindelijk kwam er een langetermijnvisie, Horizon Utrecht 2050. Die zal naast elk te maken beleid worden gelegd, en vormt input voor de Omgevingsvisie. In de horizon zijn dus zowel de resultaten uit het participatietraject, als uit dat onderzoek van het Tourteam van experts verwerkt. Deze hebben we gepresenteerd tijdens een grote slotbijeenkomst op 30 mei met wel 300 deelnemers!

“Ook de tentoonstelling Utreft kreeg een prominente plek bij de slotbijeenkomst en was daarna in het provinciehuis te bekijken. De tentoonstelling was het resultaat van de vraag die we bij de Hogeschool voor de Kunsten hadden neergelegd: hoe gaan we slim om met het toenemend aantal mensen, vervoersbewegingen en bedrijven? Zij zetten zo de Trends, Plans & Food-bijeenkomst voort met eigen onderzoeken en verbeeldden die tot deze tentoonstelling.” Een greep uit de ideeën in de tentoonstelling:

  • Alle steden bouwen langs bestaande spoorwegen, en gebruik maken van de faciliteiten van de grote stad.
  • Een lightrail in Utrecht als duurzame oplossing voor minder autoverkeer.
  • Vertical farming in bestaande leegstand en tuinbouwkassen over de daken van Utrecht.
  • UECHT, een app waarbij inwoners uitdagingen aangaan waarbij ze de omgeving verkennen én in contact komen met anderen.
  • Biomimetica toepassen: imiteren van de natuur in techniek, bijvoorbeeld met verticale windturbines of gebouwen met cellulaire openingen.
  • Modulair wonen: flexibel bouwen op basis van de behoeften van de specifieke omgeving.

Hoe kregen jullie de juiste mensen aan tafel?

“De netwerken van onze partners en de provincie zelf zijn heel belangrijk geweest. Via stagiairs, trainees, griffies en jongerenafdelingen van politieke partijen kwamen we in contact met jongeren. We vroegen gemeenten, waterschappen, belangenorganisaties en veel andere belangrijke partners om dit traject in hun netwerk onder de aandacht te brengen. Ook gebruikten we social mediastrategieën om de juiste doelgroepen te bereiken: o.a. met LinkedIn en Facebook, maar ook via Yammer en huis-aan-huis-bladen. En met de enquête kon je een ballonvaart over het provinciale grondgebied winnen.”

Wat zou je de volgende keer anders willen doen?

“We kregen het advies van gemeenten om participatiedrukte te voorkomen en aan te sluiten bij bestaande trajecten. Dus inventariseerden we bij collega’s van bijvoorbeeld de ruimtelijk-economische structuurvisie en de landbouwvisie wat er speelde. Toch bleek het door de korte periode niet haalbaar om goed aan te sluiten en moesten we toch zelf bijeenkomsten organiseren. Datzelfde gold voor afstemming met partners: je zou nog meer tijd willen investeren in die samenwerking. De volgende keer zou ik een groter netwerk aan willen boren met gemeenten en het waterschap. Onze ambities zijn groter: het netwerk kan beter worden benut en we willen met een nóg bredere groep om tafel! Zo bestond de groep jongeren vooral uit blanke, hoger opgeleide mensen. Dat kan veel representatiever. Het liefst was ik gewoon de straat op gegaan om mensen te interviewen!”

Wat zijn de vervolgstappen na deze eerste fase van het participatietraject?

“Voor de provinciale statenverkiezingen in maart 2019 maken we een koersdocument met de kaders voor de nieuwe staten. Dat is nu in volle gang. Het Koersdocument geeft richting aan de manier waarop de provincie wil en kan bijdragen aan de ambities uit de Horizon Utrecht 2050. Daarbij houden we constant in de gaten: hoe zit het met de uiteindelijke gebruiker of inwoner? Daarbij helpt een groep van ‘critical friends’: vertegenwoordigers van onze partners denken en toetsen mee.”

Wat betekent dit voor de provincie als organisatie volgens jou? Hoe werkt de provincie in 2050?

“Medeoverheden en organisaties in de regio kennen je wel, maar de afstand tussen inwoner en provincie is groter dan die tussen inwoner en gemeente. Dat maakt vraagstukken soms lastiger: onze aanpak rond openbaar vervoer overstijgt meerdere gebieden. Maar tegelijkertijd is dat ook onze kracht: de provincie kijkt verder dan de gemeentegrenzen, en bewaakt waardes en gebied waarbij we wel allemaal belang hebben. De opgave waar we voor staan kan niemand in zijn eentje doen – dat zegt de Omgevingswet ook. We hebben elkaar hard nodig: reguliere partners, maar ook initiatiefnemers en ondernemers. We hebben een groot netwerk en veel expertise in huis. Ik denk dat we dat op een goede manier moeten inzetten bij wat er al gebeurt in de samenleving. Participatie en toegankelijke communicatie worden daarbij heel belangrijk.”