23 oktober 2018

Toekomstbestendig bestuur / publicatie

‘Maatwerk is de nieuwe norm’

11e Montesquieu-bundel ‘Een goede raad’ over de lokale democratie

Op donderdag 11 oktober 2018 overhandigde eindredacteur Aalt Willem Heringa ‘Een goede raad’, de elfde bundel van de Montesquieu-reeks, aan René Bagchus (directeur Democratie en Bestuur bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). De bundel gaat dit jaar over de lokale democratie. Decentralisaties, veranderingen in wet- en regelgeving en grote nationale ambities maken de periode 2018-2022 tot een hele bijzondere voor gemeenten. Zijn zij klaar voor alle nieuwe taken en opgaven? Welke oplossingen zijn denkbaar? Kan de gemeenteraad het aan?

Manon Fokke (voormalig Tweede Kamerlid, nu fractievoorzitter PvdA gemeente Maastricht en werkzaam bij Universiteit Maastricht) leverde een bijdrage aan de bundel, die gaat over één van de vele veranderingen waar gemeenten zich op moeten voorbereiden: “Als ik denk aan gemeentelijke uitdagingen, dan denk ik aan de Omgevingswet,” vertelt ze. “Het is namelijk niet alleen een wet die anders functioneert, maar ook een wet die om een hele andere manier van denken vraagt.” In haar essay gaat Manon Fokke daarom in op de valkuilen én oplossingsrichtingen voor gemeenten. Volgens haar is de Omgevingswet, die in 2021 in werking treedt, voor gemeenten namelijk ook een grote kans.

Plan als uitgangspunt

De nieuwe wet geeft gemeenten namelijk meer vrijheid met betrekking tot de invulling van de leefomgeving. ‘Maatwerk is de nieuwe norm’ en dat betekent dat er dingen mogelijk worden die onder de oude wet- en regelgeving niet denkbaar waren. “De Omgevingswet neemt het plan als uitgangspunt, in plaats van de regels. Dat is een wezenlijk verschil met de huidige gang van zaken,” vertelt Manon Fokke. “We gaan van Mag dit? naar Willen we dit? En als het antwoord ‘ja’ is: hoe kunnen we dat dan realiseren binnen de bestaande wet- en regelgeving? Dat betekent niet dat straks alles mag, maar wel dat er beter wordt gekeken of iets wenselijk is en past in de omgeving.”

We gaan van Mag dit? naar Willen we dit?

Burgerparticipatie

De Omgevingswet vraagt van gemeenten dat zij de burger direct betrekken bij de besluitvorming. Een goede zaak, aldus Manon Fokke, want de gemeente is de eerste overheid en staat veel dichter bij de burger dan de ministeries in Den Haag. Daardoor is de gemeente samen met de burger bij uitstek geschikt om te bepalen hoe een buurt eruit moet zien. Maar tegelijkertijd moeten gemeenten echt anders gaan werken om dat te bewerkstelligen, en daar zit voor hen de uitdaging.

Gemeenten zullen dan ook moeten experimenteren met burgerparticipatie, aldus Manon Fokke. Dat kunnen ze het beste doen door manieren te bedenken om burgers te interesseren voor de lokale politiek en besluitvorming. Ook moeten ze ontdekken wat in hun gemeente de beste manieren zijn om met de burger in gesprek te gaan. Volgens Manon Fokke is een voorwaarde voor succesvolle burgerparticipatie dat gemeenten inwoners al vanaf het begin bij de planvorming betrekken. “Gemeenten hebben de neiging plannen vanuit het gemeentehuis uit te rollen,” vertelt ze. “Maar je kunt veel mooiere resultaten behalen als je mensen inspraak geeft en al in een vroeg stadium laat meedenken. Door mensen tijdig te betrekken worden plannen beter en breder gedragen, en begrijpen mensen beter waarom bepaalde keuzes worden gemaakt.”

Participatie stimuleren

“In de ideale situatie rollen plannen vanuit de samenleving naar de gemeente toe,” vertelt Manon Fokke. Dat betekent dat mensen zelf ideeën gaan bedenken voor de inrichting van hun omgeving. Maar dat gebeurt niet overal zomaar. Manon Fokke benadrukt dat hier een gedeelde verantwoordelijkheid ligt: enerzijds moeten burgers meedenken over de besluitvorming, maar gemeenten moeten dat aanjagen, en een actieve rol pakken. Daarbij moeten gemeenten volgens haar goed opletten dat er geen ongelijkheid ontstaat. “Vaak is het dezelfde groep mensen die een plan indient. Aan gemeenten de taak om ook de unusual suspects te betrekken, en hun ideeën op tafel te krijgen. Ook hun mening doet ertoe. De samenleving is van iedereen: daar moeten we samen keuzes over maken.”

Er zijn grote verschillen in hoe gemeenten al bezig zijn met burgerparticipatie. In haar artikel licht Manon Fokke de werkwijze van een paar gemeenten toe. Zo ook die van haar eigen gemeente, Maastricht. Daar kunnen burgers sinds twee jaar taken overnemen van de gemeente via Right to Challenge, als zij denken dat het slimmer, beter, goedkoper of anders kan. Van dit recht is nog nooit gebruik gemaakt. Volgens Manon Fokke komt dit doordat er niet genoeg over wordt gecommuniceerd. “Veel mensen in Maastricht weten niet dat Right to Challenge bestaat. Dat is zonde. Als je wilt dat burgerparticipatie écht werkt moet je inwoners actief betrekken en motiveren. Mensen moeten naar de gemeente toe, maar de gemeente moet ook zeker naar de mensen toe!”

Gemeente is geen uitvoeringsloket

De Omgevingswet biedt een mooie kans om mensen wat vrijer te laten, en hen een stem te geven. Dat vraagt om een andere manier van denken op het gemeentehuis. “Ga samen aan de slag met het maken van een breed gedragen Omgevingsvisie als startpunt voor de Omgevingswet,” adviseert Manon Fokke aan gemeenten. Hogere overheden moeten er op hun beurt voor waken dat de wet- en regelgeving niet weer wordt dichtgetimmerd. “De gemeente moet geen uitvoeringsloket worden, en verdient de vrijheid zelf keuzes te maken en de omgeving met haar burgers in te richten.” Of de Omgevingswet ook echt zo gaat werken is grotendeels afhankelijk van de houding van gemeenten, schrijft Manon Fokke in haar essay:

‘Feitelijk is en blijft de vraag of gemeenten bereid zijn de luiken meer te openen en zich open te stellen voor de behoeftes die er leven in de samenleving’.

Afsluitend merkt Manon Fokke op dat de decentralisaties en overheveling van taken naar gemeenten vragen om een dominante positionering van het lokaal bestuur op de politieke agenda. “Het lokaal bestuur heeft inmiddels zo veel taken, dat je je kunt afvragen of zij in hun huidige vorm wel in staat zijn al die taken uit te oefenen. Ik denk dat we structureel moeten gaan nadenken over de versterking van het lokaal bestuur.”

Meer informatie en bundel bestellen